Zugkraft

Auteur: Will Niebling
Uitgegeven door Koplow Games, The Nice Dice Company, 1997
Stel een trein met een zo waardevol mogelijke lading samen.

Speelmateriaal: Zes speciale dobbelstenen waarvan de zijden, die genummerd zijn van één tot zes, en tevens een locomotief, een kolentender, één van drie verschillende goederenwagens of een dienstwagen tonen.

Doel van het spel: Een trein met een zo waardevol mogelijke lading samenstellen, zonder dat het daarbij tot een treinongeluk of een materiaaltekort komt.

Begin van het spel: Iedere speler dobbelt met een dobbelsteen. Degene met het hoogste getal begint. De andere spelers volgen kloksgewijs.

Spelverloop: Wie aan de beurt is, mag minstens driemaal dobbelen. De speler werpt met alle zes de dobbelstenen om eerst een locomotief en dan een kolentender te verkrijgen. Als de eerste worp reeds een locomotieven bevat, wordt deze terzijde gelegd. De speler zoekt vanaf nu naar een tender. Als hij deze ook heeft, zoekt hij verder naar lading. Als de eerste worp geen locomotief bevat, moet de speler alle zes de dobbelstenen opnieuw werpen; bevat de worp een locomotief, maar geen tender, dan werpt de speler met alle dobbelstenen, behalve de dobbelsteen van de locomotief. Als de speler tot en met de derde worp niet minstens één locomotief, een tender en een goederenwagen of dienstwagen verzameld heeft, betekent dit een materiaaltekort: Hij ontvangt geen punten en de volgende speler is aan de beurt.

Nadat de speler een locomotief en tender heeft, kan hij goederenwagens verzamelen. Alleen goederenwagens en een dienstwagen leveren punten op, locomotieven en tenders niet! Iedere wagen levert de opgedrukte punten op ( tankwagen 4, ertswagen 3, gesloten goederenwagen 2 en een dienstwagen 1 punt). Bij eerdere worp moet minstens één dobbelsteen terzijde worden gelegd ( aan de trein gehangen worden). Een terzijde gelegde dobbelsteen mag vanaf nu ook niet opnieuw gedobbeld worden ( behalve bij een vrachttrein, zie onder). Een trein mag niet meer als één tender en één dienstwagen bevatten, maar men mag een tweede locomotief toevoegen, waarmee men een vrachttrein verkrijgt ( zie onder).

Dienstwagen: Een dienstwagen is weliswaar maar één punt waard, maar kan de waardevolste wagen van een trein worden. Als een speler een dienstwagen aan zijn trein hangt, eindigt zijn beurt. Dit is zo, omdat een dienstwagen alleen de laatste wagon van een trein kan zijn. Echter als een trein een dienstwagen heeft, wordt de waarde van alle wagons, inclusief de dienstwagen, verdubbeld! Wel of geen dienstwagen aan de trein hangen, is waarschijnlijk de belangrijkste beslissing bij de samenstelling van een trein. Een trein mag niet meer dan één dienstwagen hebben.

Bijzondere treinen: Een bijzondere trein heeft van iedere wagen en machineelement precies één exemplaar: locomotief, tender, tankwagen, ertswagen, gesloten goederenwagen en een dienstwagen. Een dergelijke bijzondere trein levert 25 punten op. (20 plus een bonus van 5).

 

Vrachttreinen: Een speler kan beslissen, om een langere, waardevollere, trein samen te stellen. Nadat hij een locomotief en een tender heeft, dat kan hij een tweede locomotief voor de trein hangen. Dit verhoogt de trekkracht en biedt de mogelijkheid om langere treinen te maken en levert daarmee meer punten op. Als een speler alle zes de dobbelstenen neerlegt, bestaande uit twee locomotieven, een tender en drie goederenwagens (geen dienstwagen), dan mag hij met de drie wagendobbelstenen nog een keer dobbelen (de tot dan toe behaalde punten worden genoteerd). Als hij opnieuw wagens dobbelt, kan hij deze aan de trein hangen en met de nog niet gebruikte dobbelstenen opnieuw werpen. Wanneer hij opnieuw drie wagens verkregen heeft, telt hij deze op bij de eerder bereikte punten, en mag de drie dobbelstenen opnieuw werpen. Enzovoort. Dat gaat net zolang door, totdat de speler beslist om te stoppen, of dat hij bij een worp geen dobbelsteen meer gebruiken kan. In het laatste geval betekent dit een treinongeluk, en de speler ontvangt in dit geval geen enkele punt. Het maakt in dit geval niet uit hoe lang de trein ook was.

Voorbeeld: Een speler werpt met alle zes de dobbelstenen en verkrijgt: drie gesloten goederenwagens, een dienstwagen en twee kolentenders. Omdat er geen locomotief bij is, wordt met alle dobbelstenen opnieuw geworpen, wat het volgende oplevert: twee tankwagens, twee locomotieven, een tender, en een dienstwagen. De speler legt de locomotief terzijde (het begin van de trein) en hangt hier een tender aan. Nu mag hij er nog goederenwagens aanhangen. De beide tankwagens zijn ieder vier punten waard, die hij allebei aan de trein hangt. Hij kan een vrachttrein maken, indien hij de tweede locomotief voor de trein hangt. Tevens kan hij de dienstwagen aanhangen, om zijn puntenaantal te verdubbelen. Hij beslist voor de vrachttrein, en hangt de tweede locomotief aan de voorkant en werpt de dienstwagen opnieuw. Dit wordt een gesloten goederenwagen, die hij tevreden aan de trein hangt. Tot nu heeft hij 4 ( tankwagen) + 4 ( tankwagen) + 2 ( gesloten goederenwagen) = 10 punten. Omdat hij alle zes de dobbelstenen neergelegd heeft, mag hij met drie goederenwagens opnieuw dobbelen. Als de speler bij één van de volgende worpen echter geen dobbelsteen kan plaatsen, zijn al zijn punten voor deze ronde verloren. Hij werpt echter een ertswagen, een gesloten goederenwagen en een dienstwagen. Al deze dobbelstenen zou hij neer kunnen leggen, waarbij de dienstwagen zijn beurt zou beëindigen. Dit zou hem totaal 32 punten opleveren. Hij wordt echter gulzig en dobbelt de dienstwagen opnieuw. Het het wordt gelukkig een tankwagen en omdat hij opnieuw alle zes de dobbelstenen geplaatst heeft, mag hij de drie goederenwagens opnieuw dobbelen en de punten tot nu toe (19) optellen. Nu werpt hij echter een locomotief en twee tenders: een ramp! Het is een treinongeluk! Zijn beurt is nu te einde en hij ontvangt geen enkele punt!

Winnaar van het spel: De spelers ontvangen punten voor iedere de rijvaardige trein. Het spel eindigt, als een speler totaal 100 of meer punten heeft en alle spelers hetzelfde aantal ronden gespeeld heeft. Degene, die het hoogste resultaat heeft boven de 100 punten, is de winnaar!

Een andere bepaling van de winst: De eerste speler, die een rijvaardige trein werpt, legt hiermee het te overwinnen puntenaantal vast. Iedere andere speler heeft nu een beurt, om dit puntenaantal te overtreffen. Om verder in het spel te blijven, moet een speler meer punten met zijn beurt bereiken, als het tot dan toe hoogste puntenaantal. Lukt men dit niet, is men uit het spel! Wie het vorige hoogste puntenaantal overtreft, legt daarmee het nieuwe hoogste puntenaantal vast, en ieder nog in het spel aanwezige speler heeft opnieuw een beurt de kans, om dit puntenaantal te overtreffen. Het spel gaat net zo lang op deze wijze verder, tot dat er nog maar een speler over is: de winnaar!

Date Last Modified: 16-02-2001
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief