Zopp

Auteur: Anton Karger
Uitgegeven door Zoch Verlag, 1998
Een spel voor 2 of 4 voetbalgekke biljartexperten vanaf 6 jaar.
Vrij vertaald in het Nederlands door Ans Loncke (Spelgroep Hof van Watervliet, Brugge, België).

Het spelidee

Zopp wordt met twee of met vier (dubbelspel) spelers gespeeld. De spelregels komen grotendeels overeen met die van het voetbal. Elke speler (of elk team) bezit 3 spelschijven (zwart of wit), terwijl de kleine rode schijf de voetbal voorstelt. De spelschijven worden d.m.v. het Zopp slagstaafje, met de vingers of met een ander geschikt voorwerp over het speelveld bewogen. Elk team komt afwisselend aan de beurt en mag de "bal" wegschieten op voorwaarde dat dit gebeurt met een eigen spelschijf. Het doel van het spel bestaat erin om de bal in het goal van de tegenstander te krijgen. Wie de meeste doelpunten scoort, wint het spel.

PS : Zoch Verlag en Zopp Company zijn actueel tornooiregels aan het opstellen. Omdat Zopp in vele regio's en in verschillende varianten gespeeld wordt, is men ten zeerste geïnteresseerd in alle mogelijke speelwijzen, de bijbehorende moeilijke situaties en hun oplossingen. Bovendien is de firma op zoek naar de etymologische gegevens en allerhande andere wetenswaardigheden i.v.m. Zopp.

Het spelmateriaal :

De spelduur

Het behalen van een bepaald aantal doelpunten.

Bij het begin van het spel bepalen de spelers hoeveel doelpunten zij dienen te scoren. Dit kan 5 of 10 doelpunten (of een ander overeengekomen aantal) zijn. Het team dat er als eerste in slaagt om het overeengekomen aantal doelpunten te scoren wint het spel. Een partijtje Zopp, waarbij men 10 goals moet scoren, duurt ongeveer 40 minuten.

Het tornooi tegen tijd

In dit geval speelt men in totaal 20 minuten waarbij elke speelhelft telkens 10 minuten beslaat en er eventueel een korte pauze kan worden voorzien. Bij een gelijke stand na de 2de speelhelft wordt er om de "Golden Goal" gespeeld. Dit betekent dat de speler die, na de nieuwe aftrap, het eerst scoort de wedstrijd wint.

De aftrap

  1. Bij het begin van het spel plaatst elke speler zijn spelschijven op zijn speelhelft rond de middencirkel (zie afbeelding 1). De jongste speler of het witte team mag als eerste een spelschijf buiten de middencirkel op het speelveld neerleggen. Daarna plaatst de tegenpartij een schijf enz. Uiteindelijk wordt de bal (de rode schijf) op de middenstip geplaatst. Het witte team geeft vervolgens de aftrap door met één van zijn schijven de bal te raken. Daarna is het zwarte team aan de beurt. Op deze wijze volgen de verschillende teams elkaar om beurt op.
  2. Na elk doelpunt moet een nieuwe aftrap gegeven worden. In dat geval blijven de spelschijven echter op hun positie liggen en wordt enkel de bal op de middenstip geplaatst. De spelschijven die zich binnen de middencirkel bevinden moeten verschoven worden tot zij zich juist buiten deze cirkel bevinden (zie afbeelding 2). De speler die het doelpunt tegen kreeg, mag wel als eerste beginnen. Hij is nu niet verplicht om de bal te raken. De speler mag wel, indien de mogelijkheid bestaat om te scoren, direct naar het doel schieten.

Een doelpunt

Wanneer de bal in het doel belandt, wordt er gescoord. De stand wordt bijgehouden aan de hand van het scorebord. Het doelpunt is echter ongeldig wanneer naast de bal ook nog een andere spelschijf (ongeacht van welk team) in het doel terechtkomt. Het speelt ook geen rol in welk doel de schijf binnengaat (Uitgezonderd een owngoal) Een doelpunt telt niet wanneer er bij het schieten op het doel een fout gemaakt werd of wanneer het vooraf buitenspel was of wanneer er een verdedigingsfout gemaakt werd. Een doelpunt wordt tevens afgekeurd wanneer er een technische fout aan de oorsprong van dit doelpunt ligt. De spelschijven en de bal worden in zo'n geval overeenkomstig de out-regels (zie verder) terug in het spel gebracht. Het doelpunt is wel geldig wanneer de eigen spelschijf na het maken van een doelpunt buitenspel staat of deel uitmaakt van een verdedigingsfout.

Een owngoal (scoren in het eigen doel)

Wanneer de bal door eigen toedoen in het eigen doel belandt, dan telt dit als een geldig doelpunt voor het andere team. Een owngoal is steeds geldig, zelfs indien er een fout gemaakt werd of er een technische fout aan de oorsprong van dit doelpunt ligt. Als troostprijs voor deze tegenslag mag deze speler aansluitend de aftrap geven.

Een fout 

Na een fout volgt er een vrijschop voor de tegenstander. Het is evenwel zo dat het andere team de fout moet opmerken en hierdoor eigenlijk de vrijschop opeist. De speler die een fout maakt is immers zelf niet verplicht om het andere team hierover in te lichten. Wanneer een fout niet wordt opgemerkt, dan wordt er gewoon verder gespeeld en blijft de fout zonder gevolg.

Wat is een fout? Men spreekt over een fout wanneer de eigen spelschijf rechtstreeks een spelschijf van de tegenpartij raakt, waarbij de eigen schijf vooraf noch de bal of de zijwand heeft aangeraakt.

Voor professionele spelers geldt evenwel een andere definitie. Een fout wordt in dat geval reeds gerealiseerd wanneer twee spelschijven van verschillende teams in het strafschopgebied met elkaar botsen, ongeacht of de ene spelschijf voordien de bal of de zijwand al heeft geraakt.

Een vrijschop

Alle spelschijven en de bal blijven onveranderd op hun positie liggen. De speler, die de vrijschop mag uitvoeren, mag nu drie maal na elkaar spelen. Deze speler mag hierbij al de schijven van zijn team gebruiken. Indien er tijdens de vrijschop gescoord wordt, dan wordt de vrijschop onmiddellijk beëindigd. In dat geval vervallen de eventueel overblijvende vrijschopbeurten.

Wanneer er tijdens de uitvoering van de vrijschop overtredingen (een fout, buitenspel of een out) worden vastgesteld, dan moeten de voorziene sancties eerst worden uitgevoerd.

Bijvoorbeeld : Zwart heeft recht op een vrijschop. Ten gevolge van zijn eerste beurt staat hij buitenspel. Wit sommeert nu aan het zwarte team om het buitenspel op te heffen. Zwart is nu verplicht om dit met zijn tweede vrijschopbeurt te doen. Hierbij maakt deze speler een fout. Hierdoor wordt de vrijschop onmiddellijk beëindigd en krijgt het witte team op zijn beurt een vrijschop toegewezen.

Buitenspel en verdedigingsfout

Spelschijven mogen zich niet in het doelgebied bevinden ongeacht of dit het eigen doelgebied (verdedigingsfout) of het doelgebied van de tegenpartij (buitenspel) is. Het zou immers te gemakkelijk zijn om het eigen doel af te schermen voor de bal of om een permanent gevaar te zijn in het doelgebied van de tegenstander. Wanneer er buitenspel of een verdedigingsfout opgemerkt wordt door de tegenpartij, dan is het betrokken team verplicht om de spelschijf bij zijn volgende beurt uit het doelgebied te schuiven. Wanneer deze overtreding niet wordt vastgesteld door de tegenpartij, dan blijft zij zonder gevolg. Maar het is goed mogelijk dat dit in een latere beurt zal worden opgemerkt door de tegenpartij. Het niet opmerken van deze overtreding kan immers een bewuste tactiek zijn. Om zich uit een gevaarlijke situatie te redden of om zelf een gevaarlijke aanval op te bouwen of te benutten.

Wanneer de andere partij de buitenspel- of verdedigingsfout opmerkt, dan is men verplicht om in de volgende beurt de desbetreffende spelschijf uit het doelgebied te schuiven. Het is evenwel toegelaten om bij het verplaatsen van deze schijf te scoren (zie afbeelding 3). Wanneer men de aanwijzingen van de andere partij negeert en toch een andere schijf verplaatst, dan komt de tegenpartij aansluitend tweemaal aan de beurt.

Vanaf het ogenblik dat een schijf zich voor meer dan de helft in het doelgebied bevindt, dan is er ofwel een buitenspel- of een verdedigingsfout (zie afbeelding 4).

De out-regel

Wanneer de bal buiten het speelveld belandt (zonder door het doel te passeren) dan wordt dit out genoemd. Ook wanneer een spelschijf uit het speelveld wordt geslingerd (zelfs wanneer dit doorheen het doel gebeurde) ontstaat er een out. De bal of spelschijf wordt in dat geval in één van de hoekpunten van het speelveld geplaatst waarna het spel gewoon wordt verder gespeeld.

Het is evenwel de taak van de tegenspeler (= de speler die niet aan de oorsprong van de out ligt) om de spelstenen (de bal en/of de spelschijven) terug in het speelveld te plaatsen. Hij zal hierbij wellicht de schijven van de tegenpartij op een ongunstige hoekpositie zetten. Eigen schijven en de bal zullen zo goed mogelijk geplaatst worden.

De bal/spelschijf moet in elk geval in één van de hoekpunten worden geplaatst van de speelveldzijde waar zij het speelveld heeft verlaten. Wanneer een hoekpunt reeds bezet is, moet de bal/spelschijf in het andere hoekpunt worden geplaatst. Zijn de beide hoekpunten bezet, dan moet de bal/spelschijf in een hoekpunt van de ander spelzijde worden neergelegd.

Wanneer er meerdere spelstenen (bijvoorbeeld de bal, een zwarte en een witte spelschijf) uit het speelveld worden gecatapulteerd, dan moet de bal steeds als eerste in een hoekpunt worden geplaatst. De overige spelschijven worden dan naar keuze van de speler (die de stenen mag plaatsen) in de overige hoekpunten geplaatst. Indien alle hoekpunten bezet zijn (Dit is een situatie die zich zelden voordoet.) dan moet de schijf op de middenstip worden gelegd.

De tactische zet

Wanneer men bewust naast de bal mikt, gebeurt dit meestal om tactische redenen. Zo'n zet is dikwijls noodzakelijk om een spelschijf op een betere positie te brengen. Elk team mag echter maar drie tactische beurten na elkaar doorvoeren. Wanneer een team zich niet houdt aan deze regel, dan bekomt de tegenpartij, voor zover zij dit opmerkt, direct een vrijschop. Deze overtreding geldt alleen wanneer het missen van de bal met opzet gebeurde. Wanneer een team echter de intentie had om de bal te spelen, maar de bal mist, dan geldt dit niet als een tactische zet.

Voor professionele spelers gelden hiervoor evenwel strengere spelregels. Hier geldt immers dat elke spelbeurt waarbij men de bal niet aantikt als een tactische zet beschouwd wordt. In deze omstandigheden is het risico groot om een vrijschop te incasseren, zeker wanneer deze situatie zich drie maal na elkaar voordoet. Op deze wijze kan men de tegenpartij voor een moeilijke situatie plaatsen door de bal moeilijk speelbaar te maken, waardoor de tegenpartij quasi met zekerheid een fout of een derde tactische zet moet uitvoeren. Zelfs een schop met effect waarbij de bal niet geraakt wordt, geldt als een tactische zet.

Het kleven

Wanneer een spelschijf tegen een spelschijf van de tegenstander of tegen de zijwand ligt, dan wordt dit kleven genoemd.

Kleven tegen de zijwand aan : Wanneer men deze spelschijf (die in deze positie staat) wenst te verzetten, dan mag men hem verschuiven tot in het veldvak (zie afbeelding 5).

Kleven tegen een andere spelschijf : Wanneer men deze spelschijf (die tegen een andere schijf ligt) wenst te verzetten, dan mag men hem een duimbreedte verschuiven.

Spelschijven waarmee niet gespeeld wordt blijven op hun initiële positie liggen!

De fairplay

Wanneer er bij het spelen van het spel discussies ontstaan over de interpretatie of de toepassing van de spelregels, dan wordt de eerste maal de visie van het witte team opgevolgd. De volgende keer voert men dan het advies van het zwarte team uit!

Voorbeelden van problemen bij opvolging van de spelregels : Fout of geen fout? Werd de bal bewust niet aangespeeld? Is het de derde tactische zet? Werd een spelschijf verplaatst? Werd voor het raken van de bal een schijf van de tegenpartij geraakt? Werd de score wel juist bijgehouden?

De uitwijzing

Enkel voor professionele spelers : Wanneer een team een vierde fout maakt in dezelfde wedstrijd, dan moet dit team een spelschijf van het speelveld verwijderen.

De bijzondere situaties

Wanneer de bal en één spelschijf of meerdere spelschijven out gaan, dan moet de bal steeds als eerste teruggeplaatst worden op het speelveld.

Technische fouten : Spelschijven van het andere team evenals de bal mogen nooit met de hand of met de Zopp slagstaafjes worden bewogen! Tevens spreekt men van een technische fout wanneer men in een beurt bij vergissing twee spelstenen tegelijkertijd aanraakt (met de vinger of het slagstaafje). Dergelijke overtredingen worden, wanneer zij door de tegenpartij zijn vastgesteld, direct gesanctioneerd. De spelbeurt van de overtredende partij eindigt onmiddellijk en het andere team mag twee beurten na elkaar spelen.

Een spelsteen kleeft tegen de zijwand aan : Zolang deze schijf niet gebruikt wordt, blijft hij tegen de wand liggen. Wanneer men deze schijf wenst te verzetten, dan verschuift men hem tot in het veldvak. Dit geldt ook voor een spelschijf die op de doellijn ligt. Indien men deze schijf wenst te verzetten, dan schuift men hem een duimbreedte weg van het doel.

Twee eigen spelschijven liggen gelijktijdig in hetzelfde doelgebied (een dubbele buitenspel of verdedigingsfout) : In dit geval is het toegelaten om de dubbele fout op te lossen aan de hand van één schop op beide spelschijven tezamen. Wanneer dit niet lukt, dan is de kans groot dat men het buitenspel of verdedigingsfout in de volgende beurt moet oplossen.

De spelstenen mogen niet op elkaar liggen : Wanneer de spelstenen toch op elkaar komen te liggen, dan moeten zij naast elkaar worden geplaatst op zo'n wijze dat zij niet kleven. Wanneer de spelstenen gedeeltelijk op elkaar liggen dan wordt er met de vuist op tafel geklopt.

Het verplaatsen van een spelschijf van de tegenstander : Er zijn drie mogelijkheden toegelaten waarbij men tegen de spelschijven van de tegenpartij mag botsen, nl. :

Het dubbelspel Zopp

Het dubbelspel Zopp wordt net zoals het gewone spel (nl. het Zopp enkelspel) gespeeld met drie witte en drie zwarte spelschijven. Er zijn twee mogelijkheden wanneer men Zopp met vier spelers speelt, nl. de A- en de B-variante.

  1. A.
    In deze variante wordt het spel op dezelfde wijze als het gewone spel gespeeld. Afwisselend zal er een speler van het zwarte of het witte team spelen. Dit is de snelste en meest dynamische vorm om het dubbelspel te spelen.
  2. B.
    In deze variante spelen de spelers van het zelfde team na elkaar voordat de tegenpartij aan de beurt is. Deze spelvariante vereist duidelijk een teamspirit. In dit geval kan de eerste speler van een partij immers een geschikte zet voorbereiden ten voordele van zijn collega die direct na hem aan de beurt komt. Deze variante speelt minder vlot, maar is tactisch veel interessanter.

De spelregels in 't kort

De spelduur : tot een bepaald puntenaantal of tegen de tijd

De aftrap : De aftrap wordt gegeven door de witte partij. Bij het scoren wordt enkel de bal op de middenstip geplaatst.

Een fout : Men begaat een fout wanneer de eigen spelschijf rechtstreeks een spelschijf van de tegenpartij raakt (zonder eerst de bal of de zijwand te hebben aangeraakt). Hierop volgt een vrijschop.

De vrijschop : De uitvoerende speler is 3 keer na elkaar aan de beurt.

Buitenspel of verdedigingsfout : Een spelschijf mag zich niet in het doelgebied bevinden ongeacht of dit het eigen doelgebied (verdedigingsfout) of het doelgebied van de tegenpartij (buitenspel) is. Wordt dit aangegeven door de tegenpartij, dan is men verplicht om deze spelschijf in de volgende beurt uit het doelgebied te schuiven.

De out-regel : Wanneer een spelsteen (de bal of een spelschijf) het speelveld heeft verlaten, wordt ze door de tegenstander terug in het spel gebracht. De tegenpartij mag echter het hoekpunt waar de spelsteen terug in het spel komt vrij kiezen (mits dit hoekpunt op de speelhelft ligt waar de spelschijf of de bal het veld hebben verlaten).

De tactische zet : Dit is een beurt waarbij men bewust niet op de bal mikt. Deze actie mag men niet meer dan drie maal na elkaar uitvoeren anders volgt een vrijschop.

Het kleven : Wanneer een spelschijf tegen een andere spelschijf of tegenaan de zijwand ligt, dan wordt dit kleven genoemd. Een spelschijf die kleeft tegen de wand mag men verschuiven tot in het veldvak. Een spelschijf die tegen een andere schijf ligt mag men een duimbreedte verschuiven.

Een doelpunt : Men scoort een goal wanneer de bal in het doel van de tegenpartij belandt. Het doelpunt is slechts geldig wanneer er geen spelschijven (noch van het eigen, noch van het andere team) tezamen met de bal in het doel eindigden. Bovendien mag het scoren niet tezamen gaan met het maken van een fout.

Een owngoal : Wanneer de bal door eigen toedoen in het eigen goal belandt. Een owngoal is steeds geldig, zelfs indien er voordien een fout (zelfs een technische fout) gemaakt werd.

De bijzondere situaties en het dubbelspel Zopp worden in de spelregels uitvoerig beschreven

ZOPP onderhoudstips

Zopp is een dynamisch en beweeglijk spel. Voor optimaal spelgenot wordt het Zopp speelveld het best geplaatst op een stevige tafel waar rond men zich gemakkelijk kan bewegen.

Het Zopp glijpoeder

Het origineel Zopp glijpoeder is niet giftig. Toch is het aangeraden om het glijpoeder te bewaren op een plaats die niet toegankelijk is voor kleine kinderen!

Voordat men het spel de eerste keer speelt, is het aangewezen om het speelveld grondig proper te wrijven met een weinig bevochtigde doek.

Men neemt aansluitend het flesje met glijpoeder en men houdt het in een horizontale positie. Men plaatst de vingers op de flesopening en vanaf een kleine afstand strooit men voorzichtig het poeder op het speelveld. Het glijpoeder is zeer krachtig.

Twee tot drie mespunten volstaan reeds om het speelveld een optimaal glijvermogen te geven. Teveel glijpoeder zal de spelstenen zelfs afremmen!

Het glijpoeder blijft minstens een ganse partij werkzaam. Verdeel het glijpoeder gelijkmatig over het speelveld d.m.v. een proper penseel, of met een vochtige doek terwijl men het poeder lichtjes verstrooit.

Nadat men het spel enkele malen gespeeld heeft, is het aangewezen om het speelveld met een vochtige stofdoek krachtig af te vegen voordat men nieuw poeder aanbrengt. De werking van het glijpoeder zal hierdoor versterkt worden.

De doelen

De doelen uit aluminium zitten in de kartonnen verpakkingsdoos. Zij worden aan de bovenzijde van het speelveld in hun respectievelijke gleuven geschoven. Bij de allereerste montage is het mogelijk dat men de doelen lichtjes moet verbuigen opdat zij zo optimaal mogelijk in hun gleuven geplaatst kunnen worden.

De Zopp slagstaafjes

Met deze staafjes is het mogelijk om de spelschijven vanuit elke positie trefzeker te raken. Het is evenwel toegelaten om de spelschijven d.m.v. de vingers of een ander geschikt hulpmiddel weg te schieten.

Het scorebord

In het kader van het speelveld zijn er links van elk doel twee kleine boorgaten aangebracht. In deze gaten wordt de metalen beugel van het scorebord aangebracht. Men duwt de teller zo diep in deze boorgaten totdat de parels bijna het kader van het speelveld raken.

Het verzorgen en het opbergen

Wanneer het speelveld sterk vervuild is, reinigt men dit het best d.m.v. een licht bevochtigde doek en een waterachtig zeepsopje. In geen geval mag het speelveld gereinigd worden met een scherp voorwerp of een schuurmiddel. Bovendien bergt men het spel op in een droge plaats. Door het Zopp speelveld met zorg te behandelen, vermijdt men krassen en zal men veel langer speelgenot beleven aan dit spel.

  •  OPGELET! Het Zopp speelveld is vervaardigd uit hout en is dus een natuurproduct. Daarom mag men het speelveld nooit blootstellen aan extreme temperatuurverschillen en vochtigheid. Indien men zich niet houdt aan deze raadgeving, dan is het risico groot dat het spel hierdoor ernstig beschadigd wordt.
  • U bent één van de eerste bezitters van het origineel Zopp speelveld. Eventuele opmerkingen, bemerkingen over de spelregels en ervaringen i.v.m. het spel zijn welkom. De uitwisseling van deze gegevens is wenselijk en kan helpen om dit spel een extra dimensie mee te geven. De aanpassing van de spelregels kan wellicht leiden tot de opstelling van betere tornooiregels. In de toekomst zullen er in dit verband tornooien georganiseerd worden.

    Indien er problemen zijn m.b.t. Zopp of U wenst reserve-onderdelen te bekomen, aarzel dan niet om ons te contacteren. Tegen een geringe vergoeding zullen de gewenste onderdelen per kerende post worden opgestuurd.

    Date Last Modified: 26-12-1998
    © Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief