Tadsch Mahal

Auteur: Reiner Knizia
Uitgegeven door Alea, 2000
Een tactisch bordspel voor 3 - 5 spelers vanaf 12 jaar dat ongeveer 75 - 100 minuten duurt
Vrij vertaald in het Nederlands door Peter Vosters (Spelgroep Hof van Watervliet, Brugge, België).

Taj Mahal

Machtige Maharadja's
Prachtige paleizen

 

Indië in het begin van de jaren achttienhonderd.
De ruim 200 jaar durende heerschappij van de Grootmogul vervalt zienderogen. Daarom streven de machtige Maharadja's en stamvorsten in het noordwesten van het continent naar de gunst van het ogenblik. Met al hun strategische behendigheid breiden ze hun invloed uit, provincie per provincie, stad per stad. Maar wie zal hierbij de succesvolste zijn?

Speloverzicht.
Het spel duurt 12 ronden. In elke ronde wordt, over meerdere beurten, door middel van kaarten om de gunst van een andere provincie gestreden. Per beurt kan een speler beslissen om 1 of 2 kaarten uit te spelen of om in deze ronde volledig te passen.
Wie past vergelijkt zijn pas uitgespeelde kaarten met die van zijn medespelers. Het komt erop aan om meer symbolen van een bepaalde soort te hebben dan elke andere speler. Men moet twee belangrijke doelen voor ogen houden :
- Wie heerst er over de provincie - voorgesteld door de olifanten- en vergroot dank zij zijn economische opbrengsten zijn macht?
- Wie oefent de sterkste invloed uit op de leidinggevende kracht van de afzonderlijke steden - bijvoorbeeld de wijze of de monnik - en kan zo zijn macht, wellicht over de grenzen van de afzonderlijke provincies heen, uitbouwen?
Op beide manieren wint de speler invloedspunten, die echter hoger kunnen uitvallen als hij verder bouwt op de reeds in vorige ronden verzamelde aankopen.

Wie uiteindelijk na 12 ronden de meeste invloedspunten bezit is de winnaar.

Spelmateriaal.

Voorbereiding van het spel.
Het speelbord stelt het noordwesten van het Indische continent voor. Het bestaat uit 12 provincies. Elke provincie heeft 4 steden met als uitzondering de provincie Agra die uit 5 steden bestaat. De steden zijn door een wegennet met elkaar verbonden. 16 van de 49 steden zijn paars gekleurd en stellen de vestingen voor. Rondom het speelbord loopt een getallenband die dient om de invloedspunten aan te duiden.

De 12 provincie-kaarten worden verdekt geschud, aansluitend legt men er één open in elke provincie. Het plaatsen gebeurt willekeurig met één uitzondering : de kaart met het getal 12 komt steeds in de provincie Agra te liggen. Het nummer, van 1 tot 12, op de provincie-kaart geeft aan in welke provincie welke ronde wordt gespeeld. De 12de en laatste ronde vindt steeds in de provincie Agra plaats.

De Taj Mahal tegel wordt open op de vesting Agra gelegd.

De andere 15 bonustegels worden verdekt geschud, aansluitend wordt, eveneens bij toeval, er telkens één open op elke vesting geplaatst.

De 24 invloedstegels worden volgens hun symbool in vier open stapels naast het speelbord geplaatst en dit in de buurt van het aflegvak in de rechter bovenhoek ( hof van de Grootmogul)
Aansluitend legt men een tegel van elke soort op het overeenkomende veld in het hof.

De gouden ring (= de kroon ) wordt eveneens in het hof geplaatst.

De 4 bijzondere kaarten worden open naast het speelbord gelegd.

De 96 speelkaarten worden goed geschud. Ze zijn de belangrijkste elementen in het spel. Men heeft telkens 21 kaarten in de kleuren rood, geel, groen en paars ( = kleurkaarten ) en 12 kleurloze kaarten ( = witte kaarten ). De kaarten hebben combinaties uit zes verschillende symbolen :

Elke speler krijgt 6 kaarten die hij verdekt voor de anderen in de hand neemt.

De etalage wordt samengesteld. Deze is afhankelijk van het aantal spelers en wordt links van het speelbord open neergelegd.

de overige kaarten worden als een verdekte uitbouwstapel eveneens links naast het speelbord geplaatst

De paleizen en de waardestenen worden volgens kleur gesorteerd. Iedere speler kiest een kleur en plaats zijn paleizen als een voorraad voor zich neer. De waardesteen komt op het nulvak van de getallenband.

De 2 aanduidstenen worden opgesteld. Eén in de eerste provincie, aangeduid door de provincie-kaart met het getal 1, dat in de plaats daarvan op de aanwezige plaats in het hof van de Grootmogul geplaatst wordt. De andere aanduidsteen plaatst de startspeler, voor de eerste ronde (het lot beslist), voor zich neer.

Spelverloop.
De startspeler van de eerste ronde begint. Daarna gaat men in wijzerzin verder. Wie aan beurt is moet :

Past een speler dan is de ronde voor hem ten einde en wordt hij in het verdere verloop van deze ronde overgeslagen. Wanneer alle spelers passen eindigt de ronde en begint de volgende.

Het uitspelen.
Wie wil uitspelen moet juist geteld één kleurenkaart uit zijn hand open voor zich neerleggen. Bij zijn eerste beurt kan deze kaart een willekeurige kleur hebben (rood, geel, groen of paars) in alle volgende beurten van deze ronde mag deze speler slechts een kaart van dezelfde kleur uitspelen. (Uitgezonderd de bijzondere kaarten zie verder)
Opmerking : in een volgende ronde mag de speler in zijn eerste speelbeurt opnieuw een willekeurige kleurenkaart kiezen waaraan hij dan terug voor de rest van zijn beurten aan gebonden is enz.
Samen met zijn kleurenkaart mag een speler wanneer hij dit wenst in zijn speelbeurt nog precies één witte kaart of één bijzondere kaart uitspelen. Witte kaarten of bijzondere kaarten mogen niet alleen uitgespeeld worden (zonder een kleurenkaart) of samen uitgespeeld worden. (Zie bijzondere kaarten)
De uitgespeelde kaarten van een speler, ook in latere beurten, worden op zo'n wijze over elkaar gelegd dat de afgebeelde symbolen voor iedereen goed herkenbaar zijn.
Kaarten die men uitgespeeld heeft mogen niet meer terug in de hand genomen worden. Men mag medespelers beïnvloeden bij het uitspelen van zijn kaarten maar het is niet toegestaan om de eigen handkaarten aan andere medespelers te tonen.

Het passen.
Wie past speelt geen kaarten meer uit maar vergelijkt zijn reeds uitgespeelde kaarten met de uitgespeelde kaarten van zijn medespelers

Opmerking : Een symbool dat bij het passen de meerderheid had en waarvan het betreffende schijfje reeds uit het hof werd genomen kan voor de andere spelers in deze ronde natuurlijk niet meer bekomen worden.

De invloedspunten.

Na het passen en het benutten van zijn kaarten berekent de speler zijn gewonnen invloedspunten en verplaatst zijn waardesteen het aantal overeenkomende velden vooruit op de getallenband. Om overzichtelijk te werk te gaan respecteert men het best de volgende volgorde.

1) De bonustegels
Heeft een speler zo'n tegel bekomen dan krijgt hij :

2) Paleizen
Heeft een speler minstens één paleis in de actuele provincie geplaatst dan bekomt hij hiervoor 1 punt.
Opgepast : ook wanneer hij meerdere paleizen geplaatst heeft krijgt hij voor deze actuele provincie slechts 1 punt! Bijkomend krijgt hij 1 punt voor elke aanliggende provincie ( geen stad!) waarin hij eveneens minstens één paleis heeft gebouwd en die door een "eigen" niet onderbroken wegennet met een van zijn eigen paleizen in de actuele provincie is verbonden. Elke stad waar geen paleis staat geldt als een onderbreking; een stad waar er twee paleizen staan geldt voor beide spelers.

3) Provincie-kaarten
Heeft de speler de actuele provincie-kaart genomen dan legt hij deze open voor zich neer en bekomt voor elke afgebeelde grondstof 1 punt ( de provincie-kaart met het nummer 1 is dus 1 punt waard de andere kaarten 2 punten). Bijkomend krijgt hij 1 punt voor elke grondstof van de zelfde soort(en) die hij, in de vorm van een andere provincie-kaart en bonustegel, reeds bezit.

Het verdere verloop van een ronde.

Nadat de speler die gepast heeft zijn gezamenlijke punten bekomen heeft dan neemt hij zijn uitgespeelde kaarten en legt deze op een gesloten aflegstapel naast de uitbouwstapel ( uitgezonderd de bijzondere kaarten). Deze kaarten verliezen hiermee hun invloed op de provincie waardoor de vaak voorkomende patsituaties ten gunste van de overblijvende medespelers wordt teniet gedaan.
Als laatste actie in deze ronde neemt de speler twee kaarten van zijn keuze uit de etalage in de hand.
Opmerking : voor hij die als laatste past in een ronde blijft er slechts één kaart over.

Vervolgens wordt het spel verder gezet tot de volgende speler past en zijn invloed ten gelde maakt enz.
Blijft er nog slechts een speler over dan kan hij nog zoveel beurten spelen als hij wil ( op voorwaarde dat hij zich houdt aan de regels van uitspelen!) tot hij eveneens past.
Overigens : het is toegelaten en tevens aangewezen, dat spelers geen enkele kaart uitspelen, doch bereid zijn om in hun eerste beurt van een ronde te passen. Men kan natuurlijk geen enkele invloed ten gelde maken en dus ook geen punten winnen maar men mag in de plaats daarvan de bovenste kaart van de uitbouwstapel nemen en dit vooraleer men de twee kaarten uit de etalage neemt.

De volgende ronden.

Nadat de laatste speler gepast heeft in een ronde en zijn invloed ten gelde heeft gemaakt, zijn punten heeft bekomen, zijn uitgespeelde kaarten op de aflegstapel heeft gelegd en de laatste kaart uit de etalage heeft genomen eindigt de ronde. Elke speler die twee gelijke invloedstegels bezit geeft deze af en bekomt in de plaats hiervan de betreffende bijzondere kaart (zie verder)
De volgende ronde begint en de volgende handelingen worden uitgevoerd :

De bijzondere kaarten.

Bij het begin van het spel liggen de vier bijzondere kaarten open naast het speelbord. Er kan telkens een bijzondere kaart verkregen worden, dit door de invloedstegels van de visier, de generaal, de monnik en de prinses (dit staat eveneens aangegeven op het overzichtsvakje in de linker bovenhoek van het speelbord)
Op het einde van een ronde nadat alle spelers hebben gepast wordt er nagegaan of iemand twee gelijke invloedstegels bezit. Is dit het geval dan moeten beide tegels afgegeven worden ( terug op de betreffende stapel naast het speelbord) en bekomt die speler de betreffende bijzondere kaart (in het begin van de tafel en later van die speler die deze kaart in zijn bezit heeft) en neemt hij die kaart in de hand.
De bijzondere kaarten worden zoals reeds beschreven net als witte kaarten uitgespeeld. Ze hebben echter dat voordeel dat ze na het uitspelen niet op de aflegstapel komen maar dat ze terug in de hand worden genomen. Dit gebeurt zolang tot men die kaart -zoals reeds beschreven - op het einde van een ronde aan een medespeler moet afgegeven.
De bijzondere kaarten zorgen bij het uitspelen voor de volgende voordelen

Einde van het spel.
Het spel eindigt nadat de 12 ronden volledig werden afgehandeld. Nu krijgen alle spelers nog bijkomende invloedspunten voor hun overblijvende handkaarten (de kaarten die uit de etalage genomen werden horen daar eveneens bij!)
Men krijgt 1 punt voor :

De speler met de meeste punten is de winnaar.

Speeltactiek

Samenvatting van de spelregels Taj Mahal

spelverloop van een ronde

Wie aan beurt is moet

Kaart uitspelen :

- juist één kleurkaart per beurt
- slechts één kleur per ronde

- + 1 witte kaart

of

- + 1 bijzondere kaart

Passen (= streven naar één of meerdere meerderheden)

- de meederheid bij visier, generaal, monnik of prinses

overeenkomstige ovale invloedstegel van het hof nemen
en een paleis op een vrije stad in de actuele provincie plaatsen
- staat het paleis op een vesting dan neemt men de bonustegel

- de meerderheid bij de grootmogul

kroon van het hof nemen
een paleis (+ kroon) op een willekeurige stad in de actuele provincie plaatsen (mag reeds bezet zijn)
- een kroonpaleis brengt geen bonustegel op

- de meerderheid bij de olifanten

neem de provincie-kaart van het hof

 

Invloedspunten

1) punten voor de bonustegels

+ 2 tegel : +2 punten vooruit op de waardetabel
+1 tegel : 1 extra kaart van de verdekte uitbouwstapel nemen
grondstoftegels : + X punten (afhankelijk van het aantal handelswaar reeds in bezit)
Taj Mahal tegel : + 4 punten vooruit op de waardetabel

2) punten voor de paleizen

 Voorwaarde minstens één eigen paleis in de actuele provincie
- 1 punt voor de actuele provincie
- 1 punt voor elk verder aansluitend (via de weg) paleis in een andere aanliggende provincie

3) punten voor provincie-kaarten

Voorwaarde in bezit zijn van de actuele provincie-kaart
- 1 punt voor elke handelswaar dat daarop staat afgebeeld
- 1 punt voor elke gelijke handelswaar dat je reeds bezit

 

Alle uitgespeelde kaarten op de aflegstapel leggen

Nieuwe kaarten uit de etalage nemen.

Iedere speler 2 kaarten naar keuze behalve de laatste speler die heeft slechts één kaart

Wie in de eerste beurt van een ronde past krijgt een extra kaart van de uitbouwstapel

Bij het begin van elke nieuwe ronde

- de startspeler-figuur bij de volgende speler plaatsen
- de aanduidsteen in de volgende provincie plaatsen
- de daar liggende provincie-kaart in het hof onderbrengen
- de ontbrekende ovale invloedstegels in het hof aanvullen
- de kroon terug in het hof leggen
- een nieuwe etalage uitleggen (ook voor de 12de ronde) = 1 kaart minder dan 2x aantal spelers

Op het einde van een beurt moet men 2 gelijke invloedstegels met de desbetreffende bijzondere kaart ruilen

Een bijzondere kaart wordt net als een witte kaart uitgespeeld

- enkel samen met een kleurkaart (nooit alleen!)
- slechts één per beurt

Speleinde

1 punt per
- bijzondere kaart
- witte kaart
- kaart van de eigen "langste" kleur

Winnaar is hij met de meeste invloedspunten

Date Last Modified: 20-02-2000
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief