Die Siedler von Catan
Das Kartenspiel für zwei Spieler
Auteur: Klaus Teuber
Uitgegeven door Kosmos, 1996
Het bekende ontwikkelingsspel in een kaartversie voor twee
personen.
Vrij vertaald in het Nederlands door Peter Vosters (Spelgroep Hof van
Watervliet, Brugge, België).

Een kort overzicht
Verover Catan. Je start met een klein vorstendom. Je beide
nederzettingen zijn 2 zegepunten waard - met 12 punten win je het
spel!
Bij het begin van je beurt moet je de beide dobbelstenen gooien.
De ontstane gebeurtenissen gelden voor beide spelers. De
gebeurtenis-dobbelsteen brengt een beetje toeval in het spel terwijl
de opbrengst-dobbelsteen je grondstoffen geeft. De grondstofvoorraad
wordt op elke landschapkaart aangeduid: de waarde onderaan de kaart
duidt aan over hoeveel grondstoffen (1, 2 of 3) je van die bepaalde
soort beschikt. Wie grondstoffen verwerft of verbruikt, draait gewoon
de kaart naar de nieuwe situatie.
Vervolgens kan je kaarten uit je handvoorraad inzetten.
De actiekaarten kan je tegen je medespeler gebruiken. Ofwel kies je
om je eigen vorstendom te vergroten: eerst een straat en vervolgens
een nieuwe nederzetting. Aan de nederzetting worden weer nieuwe
landschapkaarten geplaatst, die je grondstofopbrengsten verhogen. Een
nederzetting kan ook tot stad omgebouwd worden (die dan 2 punten
waard is).
Sommige extra uitbouwingen geven je ook bepaalde zegepunten. Maar ook
handel en riddermachten bieden interessante alternatieven. De
speelfiguren "ridder" en "molen" zijn telkens 1 zegepunt waard en
worden door beide spelers begeerd.
Om je spelbeurt te beÎindigen, vul je tenslotte je voorraad
kaarten weer aan. Daarna is je tegenspeler aan de beurt.
op blz. 2 en 3 staat een situatieschets getekend die illustreert
hoe je speeltafel er kan uitzien tijdens het spel:
- bovenaan het vorstendom van je tegenstander
- in het midden van de tafel de voorraad kaarten voor beide
spelers
- onderaan je eigen vorstendom
Voorbereiding
- Sorteer de 18 kaarten die op de rugzijde een schild
dragen.
- Elke speler krijgt 9 kaarten met hetzelfde wapenschild op de
rugzijde.
Deze kaarten worden op tafel geplaatst om je eigen vorstendom te
bepalen:
- de straat met tekstkaders in het midden
- 1 nederzetting links en rechts van die straat
- de 6 landschapkaarten in een door jezelf te kiezen volgorde
op de plaatsen aangeduid met de nummers 1 tot 6 op de tekening
op blz. 4
Belangrijk: de 6 landschapkaarten moeten telkens met
waarde 1 onderaan op tafel liggen; dit betekent dat je van elke
type kaart 1 grondstof ter beschikking krijgt bij het begin van
het spel.
- De voorraad kaarten voorbereiden:
Alle overige kaarten moet je op basis van hun symbool sorteren in
6 verschillende stapels. Dan plaats je de 5 kaartenstapels met
symbool op de rugzijde naast elkaar tussen de spelers in. De 6de
stapel (zonder specifiek eigen symbool) wordt in 5 gelijke stapels
naast de andere stapels op tafel gelegd. Deze 10 kaartenstapels
zijn ter beschikking voor beide spelers.
De 10 stapels zijn: gebeurtenissen, straten, steden,
nederzettingen, landschappen en 5 uitbouwstapels
- De twee dobbelstenen en de "ridder" en "molen" figuur worden
klaargelegd.
- Elke speler trekt 3 startkaarten op de volgende wijze:
Bepaal een startspeler. Deze kiest ÈÈn van de
uitbouwstapels uit en doorzoekt de gehele stapel om er tenslotte 3
kaarten uit te kiezen. Zijn tegenstander kiest een andere
uitbouwstapel en kiest er ook 3 kaarten uit. Zo heeft elke speler
3 kaarten in zijn hand die hij goed geheim houdt t.o.v. de
andere.
Bij het doorzoeken van de stapel, mag de kaartvolgorde niet
veranderd worden. De stapels worden dan terug op tafel gelegd
(zonder te mengen!).
Tip: voor beginnelingen wordt aanbevolen om
uitbouwkaarten (met groene tekstvelden) te nemen.
Pas op: de actiekaarten (geel tekstveld) mogen slechts
uitgespeeld worden nadat elke speler reeds eens aan de beurt
kwam.
Spelverloop: een overzicht
De startspeler begint, daarna zijn de spelers afwisselend aan
beurt. Wie aan de beurt is, dobbelt de beide dobbelstenen. Daarna
voert hij de volgende acties in deze volgorde uit:
- De gedobbelde gebeurtenis moet opgevolgd worden door beide
spelers.
- Alle landschappen die door de opbrengst-dobbelsteen bepaald
werden, brengen grondstoffen op. Dit geldt voor beide
spelers!
- De speler kan ÈÈn of meerdere actiekaarten
uitspelen.
- De speler kan grondstoffen ruilen en/of zijn vorstendom
uitbreiden.
- De speler vult zijn eigen handvoorraad terug aan tot 3 kaarten
(normaal gezien toch).
Daarna is de beurt van de ene speler ten einde en komt de andere
aan de beurt.
Tijdens het hele spel moeten beide spelers steeds op het
volgende letten:
- Bepaal steeds wie de sterkste riddermacht bezit.
Het riddersymbool is een ijzeren handschoen. Het zwarte getal
daarnaast duidt de riddersterkte aan. De speler die op zijn eigen
ridderkaarten meer punten heeft dan de andere, bezit de sterkste
riddermacht. Hij krijgt de speelfiguur "ridder". Deze is 1
zegepunt waard. De "ridder" wordt op een eigen nederzetting of
stad geplaatst.
- Bepaal steeds wie over de grootste handelsmacht
beschikt.
Het handelssymbool is een molen. De speler die in zijn vorstendom
een stad bezit en meer handelspunten dan zijn tegenstander,
krijgt de figuur "molen". Deze is 1 zegepunt waard. De "molen"
moet in een eigen stad gezet worden.
Deze figuren en de bijhorende zegepunten kunnen tijdens het spel
steeds van eigenaar wisselen.
In het algemeen geldt: heeft geen enkele speler een meerderheid, dan
krijgt niemand de figuur. Komt er tijdens het spel een gelijke stand
aan, dan wordt de figuur opzij gelegd.
De inkomsten boeken:
De grondstofkaart wordt steeds gedraaid zodat de speler ziet over
hoeveel grondstoffen hij van die bepaalde soort beschikt. Het aantal
onderaan is het juiste aantal. Zoals je ziet kan niemand meer dan 3
grondstoffen van die soort door die kaart bezitten.
Het spelverloop in detail
1. De dobbelsteenworp uitvoeren
- riddertornooi (ridderhoofd)
Beide spelers tellen de tornooipunten (rode getallen) op van hun
ridderkaarten. Wie de hoogste som heeft, wint en krijgt een
grondstof bij naar keuze. Hij draait ÈÈn van zijn
eigen grondstofkaarten naar een hogere waarde.
Bij eventuele gelijkheid krijgt niemand iets bij.
- handelsvoordeel (molen)
Wie de "molen" bezit krijgt een grondstof van zijn
tegenstander.
De molenbezitter kiest een bepaalde grondstof uit bij zijn
tegenstander, draait diens schijf een eenheid naar beneden en
draait een eigen gelijkaardige grondstof een eenheid naar
boven.
Belangrijk: een speler moet over een stad beschikken om de "molen"
te mogen bezitten.
- roofoverval (knots)
De rover zorgt voor serieuze paniek bij de spelers.
Wie meer dan 7 grondstoffen bezit, verliest all ERTS- en
WOL-grondstoffen.
Het kan echter gebeuren dat bepaalde landschappen door een
bijzondere kaart beschermd kunnen worden. In dat geval worden de
grondstoffen op deze landschapskaart niet gebruikt om de som te
bepalen.
- goed jaar (zon)
De zon geeft elke speler ÈÈn grondstof bij naar
keuze.
- gebeurtenis (vraagteken)
De speler die aan de beurt is, neemt de bovenste kaart van de
stapel gebeurteniskaarten. Hij leest ze voor. De aanwijzingen op
deze kaart moeten uitgevoerd worden. Daarna schuif je de kaart
onderaan de stapel.
Indien een speler door deze gebeurtenis meer dan het toegestane
aantal kaarten in zijn hand heeft, moet hij gelijk alle
overtollige kaarten onder ÈÈn van de 5
uitbouwstapels schuiven. Hij mag wel de kaarten uitzoeken die weg
moeten.
2. De grondstofopbrengst boeken
Het getal op de betreffende dobbelsteen geldt voor beide spelers.
Alle landschappen die door de dobbelsteen bepaald werden, brengen 1
extra grondstof op: draai de bewuste kaarten 1 opbrengst hoger (met
een maximum van 3!).
3. Actiekaarten (gele tekstveld) uitspelen
In de uitbouwstapels bevinden zich kaarten met een geel tekstveld.
Het inzetten van deze kaarten kost geen grondstoffen. Wie aan de
beurt is, kan 1 of meerdere van deze kaarten uitspelen (open op tafel
leggen). De aanwijzingen moeten onmiddellijk opgevolgd worden.
Geeft de kaart niet aan wanneer deze moet gespeeld worden, dan mag de
speler deze op gelijk welk moment na de dobbelsteen-fase gebruiken -
ook tijdens de bouwfase.
Uitgespeelde actiekaarten worden opzij gelegd. Ze kunnen niet meer
tijdens het spel ingezet worden.
Belangrijk:
- Twee actiekaarten (Bisschop en Kruidenheks) laten de speler
toe om onmiddellijk op actiekaarten van de tegenstander te
reageren en zelf met een kaart te counteren.
- Indien een speler door het inzetten van een actiekaart meer
als het toegestane aantal kaarten bezit, moet hij gelijk alle
overtollige kaarten onder ÈÈn van de 5
uitbouwstapels schuiven. Hij mag wel de kaarten uitzoeken die weg
moeten.
4. Grondstoffen ruilen en/of vorstendom uitbouwen
- ruilen:
Een speler kan op gelijk welk moment met zijn tegenstander
grondstoffen ruilen, de voorwaarden worden door beide spelers
bepaald.
Maar je kan ook steeds binnen je eigen vorstendom ruilen:
Je mag 3 gelijke grondstoffen ruilen tegen 1 van een andere soort
(betreffende kaarten draaien). Deze 3:1 verhouding kan door het
inzetten van een handelsvloot verbeterd worden naar een 2:1
verhouding.
- eigen vorstendom uitbouwen:
Alle kaarten die in de linker bovenhoek grondstofsymbolen
dragen, kunnen enkel in het spel komen als de speler over de
nodige grondstoffen beschikt. De speler legt de bedoelde kaart op
tafel (zie volgende regel) en draait de nodige grondstoffen
terug.
Je mag zoveel kaarten inbrengen als je grondstofvoorraad
toelaat.
afspraken:
- straat
- Straten kunnen enkel links en/of rechts van nederzettingen
of straten komen. Er mogen echter geen twee straten naast
elkaar gebouwd worden.
- nederzetting (1 zegepunt waard)
- (kijk naar de figuur op blz. 9) Wie een nederzetting bouwt,
krijgt onmiddellijk (gratis) twee nieuwe landschapskaarten bij
en moet die op de voorgetoonde wijze aanbouwen. De
landschapskaarten worden van de bewuste stapel genomen en naar
eigen inzicht boven of onder geplaatst. Ze starten wel met nul
grondstoffen!
- stad (2 zegepunten waard)
- Wie een nederzetting tot stad ombouwt, legt de stadskaart
bovenop de nederzettingskaart (die dus eronder blijft liggen).
De steden verdubbelen de grondstofopbrengsten niet zoals
in het bordspel.
- uitbouwkaarten (groene en rode tekstvelden)
Deze kaarten worden boven of onder een nederzetting of stad
geplaatst.
- nederzettingen
- Elke nederzetting kan twee groene uitbouwkaarten
aan: eentje erboven en eentje eronder.
- steden
- Elke stad kan vier uitbouwkaarten aan: twee erboven en twee
eronder. De kleur doet er niet toe: groene en/of rode
tekstvelden zijn toegelaten.
- groene uitbouwkaarten
- Deze uitbouwkaarten voor nederzettingen of steden
symboliseren eenheden (ridder, vloot) of gebouwen
(winkel, burcht,...).
Sommige kaarten moeten echter naast een bepaald landschap
liggen opdat de kaart kan werken.
- rode uitbouwkaarten
- Deze kunnen enkel aan steden gebouwd worden. Ze brengen
steeds zegepunten of handelspunten op. Alle rode uitbouwkaarten
zijn gebouwen.
5. Eigen kaartvoorraad aanvullen
Op het einde van zijn beurt - en enkel dan - mag de speler zijn
handvoorraad weer tot 3 kaarten aanvullen. Wie echter een bepaald
gebouw bezit (vb. een klooster) mag soms meer dan 3 kaarten
bezitten.
Er zijn twee mogelijkheden om je voorraad terug aan te vullen:
- Je kiest de bovenste kaart van één van de 5
uitbouwstapels.
- Je betaalt twee grondstoffen (volledig naar eigen keuze, dus
ook 2 verschillende kan) en neemt ÈÈn van de 5
uitbouwstapels.
Je mag de hele stapel doorzoeken om er tenslotte eentje te nemen.
Daarna wordt de stapel zonder te mengen (dus in de oorspronkelijke
volgorde) terug geplaatst.
Mag een speler meedere kaarten aanvullen, dan moet hij telkens de
keuze maken hoe hij aan die kaart zal komen.
Kaarten ruilen
Indien je geen kaarten mag bijnemen op het einde van je spelbeurt,
dan mag maximaal 1 eigen kaart ruilen met eentje van de stapels. Je
schuift je om te ruilen kaart onder een uitbouwstapel en neemt uit de
stapel een kaart zoals hierboven beschreven (gratis = bovenste, 2
grondstoffen betalen = kiezen).
Met het aanvullen van je kaartvoorraad eindigt je spelbeurt.
Nu is de andere speler aan de beurt.
Einde van het spel
Zodra een speler 12 zegepunten bezit, eindigt het spel. Deze
speler wint het spel. Proficiat.

Uitleg van de kaarten: zie apart bestand

Date Last Modified: 06-03-1998
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief