SCHOTTEN-TOTTEN

Auteur: Reiner Knizia
Uitgegeven door ASS, 1999
Wie met wie vecht tegen wie? Een tactisch kaartspel voor 2 spelers, vanaf 8 jaar.
Vrij vertaald in het Nederlands door Rob & Det (Meppel, Nederland).

Speelidee en speeldoel

Over de jaarlijkse onenigheden tussen South-Tottenbury en North-Tottenbury.

De voorjaarslucht zweeft boven de Schotse Hooglanden, vogels tsjilpen en kwetteren en niets, werkelijk helemaal niets, lijkt de vrede te verstoren, die over de eenzame schapenweide tussen de dorpen South-Tottenbury en North-Tottenbury ligt. Maar, heb je het nog niet gezien, het is uit met de rust. Want vanuit het noorden en vanuit het zuiden weerklinken wilde strijdkreten en opeens staan de mannen uit beide dorpen tegenover elkaar. Met doedelzak, krukken en knotsen tot aan de tanden gewapend, onstuimig vastberaden de grensstenen van de schapenweide weer goed te zetten. Men moet namelijk weten dat het smelten van de sneeuw de grensstenen ieder jaar verschuift. Zowel South-Tottenbury als North-Tottenbury vrezen nu waardevol weideland aan het ongeliefde buurdorp te verliezen. En terwijl dat onmogelijk mag zijn, roepen ze alle mannen op, die ze hebben, om te laten zien, aan wie hier wat toebehoort. Alle strijders van een dorp vormen nu een eenheid, ook als ze uit verschillende clans komen en elkaar normaal gesproken niet verdragen. Tja, dan bestaat de kunst voor de dorpsoudsten van dat moment er slechts uit, om de juiste mannen tot slagvaardige afdelingen samen te voegen, om de strijd om de afzonderlijke grensstenen te winnen.

In normaal leesbare tekst: beide spelers proberen, telkens aan hun kant van de grensstenen, een sterkere afdeling op te bouwen dan de tegenstander aan de andere kant. Degene die het zo lukt om drie naast elkaar liggende grensstenen of in totaal vijf grensstenen voor zich te winnen, wint de weide en het spel.

Het speelmateriaal

Van zes clans en een hoeveelheid plezier.

De speelvoorbereiding

Van verschoven grensstenen tot de goede opstelling.

Het speelverloop

Van de alles beslissende strijd op de schapenweide.

Wie aan de beurt is, legt één van zijn handkaarten open aan zijn kant aan één van de grenssteen-kaarten. Verdere kaarten die in de loop van het spel hier nog bijkomen, kan men plaatsbesparend zo over elkaar leggen, dat men de daaronder liggende kaarten nog kan herkennen. In totaal mogen aan beide zijden tot drie kaarten aan iedere grenssteenkaart liggen.

Na het uitspelen van zijn kaart, trekt de speler een kaart van de dichte stapel, zodat hij weer zes kaarten in de hand heeft. Is de stapel opgebruikt, dan kunnen er geen kaarten meer worden getrokken; het spel loopt echter ondanks dat verder.

Geheel afgezien van het feit dat de mensen uit South-Tottenbury en North-Tottenbury zelf zeer eensgezind zijn, wat het doel betreft (namelijk de verovering van de schapenweide), zo zijn de clans het onder elkaar niettemin niet eens. De vraag voor de dorpsoudste van dat moment luidt dus: wie er met wie het beste kan strijden, om aan zijn kant van de grenssteen een sterkere afdeling op te roepen, dan de tegenstander; waarbij een volledige afdeling uit drie kaarten bestaat. Hier is een lijst met de mogelijke samenstellingen - van de sterkste afdeling t/m de zwakste: (zie plaatjes blz. 5).

Natuurlijk wint de sterkere afdeling van de zwakkere afdeling; een Schotten-Totten-squadron verliest bijvoorbeeld van een Schotten-Totten-team en wint van een wilde horde. Hebben de spelers aan beide zijden van de grenssteen dezelfde samenstelling opgebouwd, dan wint de afdeling met de hogere waardesom van alle drie kaarten.

Zijn ook die beide waardesommen gelijk, dan wint de speler die daar met zijn volledige afdeling als eerste lag.

De grensstenen

Zie plaatje blz. 6. Wie aan de beurt is, kan, nog vóór hij een kaart trekt, één of meerdere grensstenen in zijn bezit nemen. Daartoe moet hij een volledige afdeling die uit drie kaarten bestaat, aan zijn kant van de actuele grenssteen geplaatst hebben. En de speler moet aantonen dat de tegenstander deze afdeling niet meer kan overbieden.

Heeft de tegenstander aan zijn kant al drie kaarten aan deze grenssteenkaart liggen, dan is de situatie duidelijk. Liggen er echter minder dan drie kaarten daar, dan moet de speler aantonen dat de tegenstander geen afdeling meer kan oproepen van een hogere waarde, welke kaart hij ook speelt. Om dat te laten zien, mag hij als informatie alle uitliggende kaarten gebruiken; welteverstaan alleen de uitliggende kaarten, informatie uit de handkaarten is taboe.

Zijn twee afdelingen even sterk (samenstelling en waardesom), dan verliest dìe speler de grenssteen, die daar de laatste kaart heeft gespeeld. Zijn tegenstander kan de grenssteen in de tegenbeurt in bezit nemen, door de veroverde grenssteen aan zijn kant van de zegenrijke afdeling te leggen.

Op blz. 7 zie je een paar voorbeelden (zie plaatjes). De bovenste afdeling verslaat telkens de onderste.

Zodra een speler een grenssteen in bezit neemt, legt hij de overeenkomende grenssteenkaart voor zich neer, aan zijn kant onder de actuele afdeling. Aan deze grenssteen mag geen kaart meer worden uitgespeeld.

Het speeleinde

Van winsten op de hele lijn en van nederlagen.

Het spel eindigt zodra een speler drie naast elkaar liggende grensstenen, of in totaal vijf grensstenen bezit. Deze speler heeft gewonnen; verdere grensstenen kunnen niet meer in bezit worden genomen.

Vinden er meerdere partijen achter elkaar plaats, dan krijgt de winnaar altijd vijf punten, de verliezer altijd zoveel punten als hij aan grensstenen bezit. Natuurlijk wint aan het einde degene die de meeste punten heeft.

 

Zie voor voorbeeld plaatje blz. 9.

Date Last Modified: 07-12-2000
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief