Samarkand

Auteur: Sid Sackson
Uitgegeven door Abacus Spiele, 1998
Bord-/Kaartspel, waarbij je waren koopt en verkoopt om winst te maken (2 tot 5 spelers vanaf 9 jaar).
Vrij vertaald in het Nederlands door Rob & Det (Meppel, Nederland).

SAMARKAND is een pijlsnel handelsspel met een oriënt-achtergrond. Fonkelende edelstenen en waardevolle tapijten beloven grote winsten. En ook met koper en graan kun je enige piasters verdienen. Iedere handelaar weet precies bij welke nomaden hij welke waren kan ruilen en in welke oasen hij bijzondere prijzen krijgt. Uiteindelijk gaat het erom, om in de bazaars in grote steden als Samarkand of Isfahan zijn waren weer te verkopen. Alleen de voorbestemde woestijnpaden beperken de bewegingsvrijheid aanzienlijk. Planning, overzicht en ook een beetje geluk zijn nodig, om als succesvolste woestijnzoon de hoogste winst te halen.

Speelmateriaal

Voorbereidingen

Speeldoel

Wie het eerst 500 piaster bezit, wint meteen het spel.

Speelverloop

De spelers trekken als handelaars over de door rode pijlen aangegeven paden door de

Oriënt. Bij de nomaden ruilen ze passende waren, in de oasen kopen ze nieuwe waren en in de bazaars van de grote steden verkopen ze met hoge winsten. Hoe meer waren van één soort ze daarbij aan te bieden hebben, des te groter wordt de opbrengst. Daartoe gebruikt men was geluk bij de inkoop en wat handigheid bij het ruilen. Wie dan ook nog nomaden met overvolle voorraden treft, koopt de waren bijzonder gunstig in.

Speelbord

Het speelbord laat drie typen speelvelden zien:

De velden van de nomaden, laten een 4, 5 of 6 zien. Bij ieder nomadenveld hoort een door een pijl verbonden kaartenaflegveld, met 4, 5 of 6 kaarten en een overeenkomend cijfer.

Nomaden

Wie NOMADEN opzoekt, moet eerst een warenkaart uit de hand als begroetingsgeschenk op het overeenkomende aflegveld leggen. Dan mag hij de voorhanden zijnde waren van de nomaden, ruilen tegen waren uit zijn hand. De speler legt daartoe een waar uit zijn hand op het aflegveld en neemt daarvoor in de plaats een andere waar in de hand. Zo'n ruil mag willekeurig vaak worden uitgevoerd.

Als het aflegveld van een nomadenveld al is belegd met het maximaal aantal warenkaarten (4, 5 of 6), dan wordt er niet geruild en ook geen begroetingsgeschenk afgelegd. De speler moet in plaats daarvan 10 piaster betalen, maar krijgt daarvoor echter alle waren van deze nomaden, die hij in de hand neemt. Aansluitend worden weer twee nieuwe kaarten op het aflegveld van deze nomaden gelegd.

Voorbeeld: Ali zet op een 4-nomadenveld met de drie warenkaarten (2x diamanten en 1x graan). Als begroetingsgeschenk legt hij er 1x fruit bij. Dan ruilt hij 1x koper tegen één diamant. Daarna ruilt hij 1x stof tegen de tweede diamant. Het nomadenveld is met vier kaarten nu volledig belegd (1x graan, 1x fruit, 1x koper en 1x stof). De volgende speler, die dit veld betreedt, moet geen begroetingsgeschenk meer afleggen, maar koopt alle vier waren voor 10 piaster.

Straf

Wie NOMADEN opzoekt en geen waar als begroetingsgeschenk kan afgeven, moet meteen voor 20 piaster bij de bank de bovenste waar van de stapel kopen en hem als begroetingsgeschenk afstaan.

Oasen

Wie een OASE betreedt, moet of één of vier warenkaarten voor de daar aangegeven prijs kopen. Eén kaart kost altijd 5 piaster, vier kaarten kosten 20, 25 of 30 piaster. Het geld krijgt de bank. Het overeenkomende aantal warenkaarten pakt de speler van de dichte stapel.

Straf

Wie een OASE betreedt en niet genoeg geld heeft voor de koop, verliest drie van zijn warenkaarten. Hij schudt zijn handkaarten en houdt deze dicht voor zijn rechter buurman. Deze trekt drie warenkaarten, die meteen tussen de dichte warenstapel worden geschud.

Steden

Wie een STAD betreedt, moet één van beide daar afgebeelde warensoorten verkopen. Een speler kan in zijn beurt slechts eenmaal en alleen aan één van beide markten verkopen. Op de prijstabel van de speler is aangegeven wat de bank betaald bij verschillende hoeveelheden waren. Er moeten minstens twee waren van dezelfde soort worden verkocht. De verkochte waren worden meteen weer tussen de dichte stapel geschud.

Voorbeeld: Voor 5x graan, krijg je 40 piaster. Voor 6 kamelen krijgt men 180 piaster. Voor 1x graan, 1x fruit en 1x edelstenen krijgt men 15 piaster.

Na een verkoop wordt het overeenkomende symbool met één van beide transparante fiches afgedekt. Ligt er nog een fiche naast het bord, dan wordt deze gebruikt. Liggen beiden al op het bord, dan beslist de speler, welk fiche hij verplaatst. Voor een waar die met een markt-fiche is afgedekt, betaalt de bank precies één prijstrede minder.

Voorbeeld: Het graan-symbool is met een fiche afgedekt. Daarom krijgt de speler die 5x graan verkoopt, slechts de prijs van 4x graan. In plaats van 40 piaster (voor 5x graan), krijgt hij dus slechts 20 piaster van de bank.

Straf

Wie een STAD betreedt, waarin hij niet kan verkopen, moet zijn kaarten meteen aan alle andere spelers laten zien. Ontdekken zij ook geen mogelijkheid om waren te verkopen, dan betaalt de speler 20 piaster als straf en neemt zijn kaarten weer in de hand.

Beweging

Wie aan de beurt is, moet voor één van de drie mogelijke bewegingen kiezen. Het blijven staan op een veld, is niet toegestaan.

Gratis één veld

De speler zet zijn speelfiguur precies één veld verder in de richting van de rode pijlen en voert de overeenkomende actie uit.

Nomaden passeren

Een handelaar die "gratis één veld" zet en daarbij een nomaden-veld betreedt, mag na het afleggen van een waar als begroetingsgeschenk, meteen één veld in de richting van de rode pijlen verder zetten. In ieder geval moet hij dan van de gebruikelijke ruil afzien. Betreedt hij opnieuw een nomaden-veld, kan hij ook hier - na het afgeven van een begroetingsgeschenk - één veld in de richting van de rode pijlen verder zetten. Op het veld waarop hij zijn beweging beëindigd, voert de speler de overeenkomende actie uit.

Dobbelen voor vijf piaster

De speler betaalt vijf piaster aan de bank en gooit eenmaal met de dobbelsteen. Iedere dobbelpunt telt voor één veld op het speelbord. Van oord naar oord mag nu in de richting van de pijlen worden gezet. Het gegooide getal moet de speler volledig zetten, dobbelpunten mogen niet vervallen. Komt een speler door dobbelen op een nomaden-veld, dan mag hij niet meer de beweging "nomaden passeren" gebruiken. Op het bereikte veld voert de speler nu de overeenkomende actie uit.

Wordt de pijl gedobbeld, dan moet de speler één veld TEGEN de richting van de rode pijlen op het speelbord in, zetten. Is er hier meer dan één mogelijkheid, dan heeft de speler de vrije keus. Vervolgens moet hij ook hier de overeenkomende actie uitvoeren.

Geen warenkaarten meer in de stapel

Wordt de laatste warenkaart van de stapel getrokken, dan wordt het spel onderbroken. Iedere speler moet meteen het aantal warenkaarten in de hand tot twaalf kaarten reduceren. De afgegeven kaarten worden goed geschud en vormen een nieuwe warenstapel. De reducering geldt ook voor net verkregen waren. Eventueel wordt daarna van de nieuwe warenstapel nog één kaart op een nomaden-aflegveld gelegd of een speler krijgt nog meer kaarten op grond van zijn inkoop.

Speeleinde

Het spel eindigt zodra een speler 500 piaster bezit. Met waren in de hand wordt geen rekening meer gehouden.

Date Last Modified: 30-01-2000
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief