Auteur: Andreas Seyfarth
Uitgegeven door Alea
In 1493 ontdekte Christoffel Colombus het meest oostelijke eiland van
de grote Antillen
Een goede halve eeuw later beleeft Puerto Rico zijn eerste grote
bloeiperiode. Dank zij U !
Welke rol je ook in de nieuwe wereld speelt, hetzij goudzoeker of
gouverneur, kolonist of handelaar, wat je ook doet het heeft enkel
één doel en dat is zo veel mogelijk welstand en aanzien
bekomen! Wie bezit de vruchtbaarste plantages? Wie richt de
belangrijkste gebouwen op? Wie wint de meeste zegepunten? In dit
strategisch bordspel voor 3 - 5 spelers kruipt men in de huid van 7
verschillende personages en vervult daarmee verschillende acties.
Vrij vertaald in het Nederlands door Peter Vosters (Spelgroep Hof van
Watervliet, Brugge, België).
![]()
Goudzoeker of gouverneur, kolonist of bouwmeester? Welke rol je ook in de nieuwe wereld speelt, je hebt maar één doel : zoveel mogelijk welstand en aanzien bekomen ! Wie bezit de vruchtbaarste plantages? Wie richt de belangrijkste gebouwen op? Wie behaalt de meeste zegepunten?....
Doel van het spel.
Het spel verloopt over verschillende ronden. Per ronde
kiest iedere speler een van de zeven verschillende rollen (hier
verder personages genoemd) en zet daarmee een welbepaalde actie voor
alle spelers in gang.
Zo wordt bijvoorbeeld door de kolonisten nieuwe plantages aangelegd
waar met hulp van de opzichters handelswaar geproduceerd worden. Deze
worden vervolgens door de handelaars verkocht aan handelshuizen of
door de kapiteins naar de oude wereld verscheept. Met het hierbij
verdiende geld kan men met behulp van de bouwmeesters gebouwen in de
stad oprichten enz.
Wie hierbij de steeds opnieuw wisselende volgorde van de
afzonderlijke acties en hun bijzondere privileges het best kan
inschatten zal het meeste succes hebben en het spel winnen.
Winnaar is hij die bij het einde van het spel de meeste zegepunten
bezit.
Speelmateriaal
Voorbereiding van het spel.
Het aflegbord wordt in het midden van de tafel
gelegd. Alle gebouwen worden overeenkomstig het voorbeeld op
pag. 2 van de Duitse spelregels hierop verdeeld.
De Dubloenen worden volgens hun eenheid gesorteerd en op de
overeenkomstige plaats van het aflegbord ( = bank) klaar gelegd.
Iedere speler krijgt :
Het overige speelmateriaal wordt conform de afbeelding op pag. 2 van het Duitse spelregelboekje klaargelegd. De afbeelding toont wel de spelsituatie voor 4 spelers.
De zegepuntenschijfjes (in 2 waarden)
bij 3 spelers : 75 punten
bij 4 spelers : 100 punten
bij 5 spelers : alle 122 punten
Alle 8 steengroeven (open) op een stapel
Alle overblijvende plantages ( goed geschud en verdekt) 4,5 of 6 plantages ( één meer als het aantal spelers) worden van de verdekte stapels genomen en open naast de steengroeve stapel gelegd.
De personagekaarten
bij 3 spelers : alle kaarten uitgezonderd de beide goudzoekers (
= 6 kaarten)
bij 4 spelers : alle kaarten uitgezonderd een goudzoeker ( = 7
kaarten)
bij 5 spelers : alle 8 de kaarten
Drie transportschepen
bij 3 spelers : de schepen met 4, 5 en 6 laadvakken
bij 4 spelers : de schepen met 5, 6 en 7 laadvakken
bij 5 spelers : de schepen met 6, 7 en 8 laadvakken
Alle handelswaren(stenen) ( in 5 verschillende groepen)
Het handelshuis
Het kolonistenschip (met daarop 3, 4 of 5 kolonisten evenveel als het aantal spelers)
De bruine kolonisten
bij 3 spelers : 55 stenen
bij 4 spelers : 75 stenen
bij 5 spelers : 95 stenen
Materiaal dat men niet nodig heeft komt terug in de doos te liggen.
Verloop van het spel.
Het spel verloopt over verschillende ronden ( ca. 15) Een
afzonderlijke ronde loopt als volgt : De speler, die de
gouverneurskaart bezit, begint. Hij neemt een van de personagekaarten
en legt deze open voor zich neer en voert vervolgens onmiddellijk als
eerste de actie van dit personage uit. Nadien voert de linker buur de
actie van dit personage uit enz. totdat iedereen om beurt deze actie
eenmaal heeft uitgevoerd.
Nu komt de linker buur van de gouverneur aan beurt . Hij neemt een
van de overblijvende personages en legt deze kaart voor zich neer.
Beginnend met hem ( niet met de gouverneur) voert iedereen om beurt
opnieuw deze actie uit. Vervolgens komt zijn linker buur met het
nemen en het uitvoeren van een personagekaart aan beurt enz...
Heeft iedereen een personage gekozen en zijn rol doorgevoerd dan
eindigt een ronde. Op de drie door de spelers niet gekozen
personagekaarten wordt één Dubloen gelegd. Dan pas
worden alle gebruikte kaarten terug naast de niet gebruikte kaarten
gelegd en de gouverneurskaart gaat naar de volgende speler. Een
nieuwe ronde begint. De nieuwe gouverneur neemt als eerste een
willekeurig personage enz.
De personages.
Ieder personage zorgt enerzijds voor een bijzondere privilege, voor
de speler die de kaart heeft gekozen, en anderzijds voor een algemene
actie, die elke speler om beurt uitvoert ( uitzondering :
goudzoeker)
Als basisregels gelden:
De kolonist (kolonistenfase ---- Aanleggen nieuwe
plantages op het eiland)
Wie dit personage kiest, neemt aansluitend ofwel een steengroeve
(als zijn privilege) of een van de open liggende plantageplaatjes en
legt deze op een willekeurig vrij eilandveld op zijn speelbord.
Aansluitend kunnen om beurt alle spelers een van de open liggende
plantages ( echter geen steengroeve ! uitgezonderd : bouwhut) nemen
en op hun eiland leggen. Vervolgens legt de speler de niet gekozen
plantages op een open aflegstapel en draait van de verdekte stapel
weer evenveel plantages zodat er één meer open ligt dan
het aantal spelers die deelnemen.
Aanwijzing :
Let op de bijzondere functie van de Haciënda (Hazienda), de
bouwhut (Bauhütte) en de herberg(Hospiz)
Heeft de kolonist onvoldoende plantagekaartjes ter beschikking om
ze te kunnen omdraaien dan worden de plaatjes van de aflegstapel goed
geschud en gebruikt als een nieuwe verdekte stapel. Zijn er dan nog
steeds plaatjes tekort dan gaan de daarop volgende spelers in de
kolonistenfase met lege handen naar huis
Ter verduidelijking : waar de plantage respectievelijk de steengroeve
op een eilandveld komt te liggen heeft verder geen enkel belang.
Zijn alle 12 eilandvelden van een speler bezet dan mag hij in de
kolonistenfase geen ander plantage nemen.
Zijn er geen steengroeven meer in de voorraad dan kan de kolonist
zijn privilege alsook de bezitter van de bouwhut deze niet meer
gebruiken.
De burgemeester ( burgemeesterfase ----het
binnenhalen van nieuwe kolonisten)
De plaatjes ( plantages/ steengroeve respectievelijk gebouwen )
tonen 1 tot 3 cirkels. Op elke cirkel kan juist één
kolonistensteen geplaatst worden. Ligt er minstens één
kolonist op een plaatje dan geldt dit als bezet. Het zijn enkel de
bezette plaatjes die hun functie uitvoeren, onbezette plaatjes
hebben geen enkele werking!
Wie kiest voor de burgemeester neemt in eerste instantie (als zijn privilege) een kolonist uit de algemene voorraad (niet van het kolonistenschip). Vervolgens verdeelt hij de kolonisten van het kolonistenschip, beginnend met zichzelf. Iedere speler krijgt om beurt een kolonist en dit zolang totdat het schip leeg is.
Deze nieuwe kolonist(en) kan nu door iedere speler , samen met al zijn kolonisten uit de vorige rondes, willekeurig opnieuw verdeeld worden over zijn plaatjes. Kan hij niet alle kolonisten onderbrengen dan mag hij de overtollige stenen op de kleine afbeelding van de stad San Juan voorlopig onderbrengen. Daar blijven ze zolang liggen tot ze ( in een latere burgemeesterfase !) op een vrije cirkel kunnen geplaatst worden.
Als laatste handeling berekent de burgemeester nog de behoefte aan
nieuwe kolonisten. Voor elke niet bezette cirkel die de
gebouwen van alle spelers tonen ( vrije cirkels op plantages /
steengroeven tellen niet!) wordt een kolonist uit de voorraad op het
kolonistenschip geplaatst.
Opmerking : Er worden echter steeds minstens evenveel
kolonisten op het schip geplaatst als het spelersaantal.
Aanwijzing :
In gronde kunnen alle spelers in de burgemeesterfase hun kolonisten
gelijktijdig verdelen. Het kan soms van belang zijn te weten wie zijn
kolonisten waar plaatst. Daarom geldt ook in deze fase de gewone
zitvolgorde. Als eerste verdeelt de burgemeester al zijn kolonisten,
dan de volgende speler enz.
Mocht het gebeuren dat men vergeten is om nieuwe kolonisten op het
kolonistenschip te plaatsen dan wordt eenvoudig alsnog de kleinste
hoeveelheid geplaatst.
Zijn er in de algemene voorraad geen kolonisten meer voorhanden dan
kan de burgemeester zijn privilege niet gebruiken.
Ter verduidelijking : geen enkele speler mag kolonisten vrijwillig in
San Juan plaatsen, zolang hij kan moet hij vrije cirkels bezetten.
Dit gebeurt enkel en alleen in de burgemeesterfase.
De bouwmeester ( bouwmeesterfase --- bouwen van
gebouwen)
Wie deze rol kiest kan onmiddellijk één gebouw plaatsen
als hij de, op het gebouw aangegeven, bouwkosten ( in de eerste
cirkel) met een Dubloen als korting (als zijn privilege) aan de bank
betaalt en vervolgens dit gebouw op een willekeurig vrij veld van
zijn 12 stadsvelden legt. In het geval het een groot gebouw betreft
heeft hij twee onder elkaar liggende velden nodig. Nadien mogen de
andere spelers om beurt een gebouw bouwen. Opgepast : geen
enkele speler mag een gebouw meermaals plaatsen.
Uitvoerige beschrijvingen van de afzonderlijke gebouwen en hun
functie vind je op het einde van deze spelregels.
Steengroeve.
Elke bezette steengroeve, die een speler bezit, vermindert de
bouwkosten van zijn gebouw met 1 Dubloen. In elk geval kan de speler
bij de gebouwen van de eerste kolom hoogstens één
bezette steengroeve ten gelde maken, bij gebouwen uit de tweede kolom
tot twee en bij deze uit de derde tot drie en bij deze uit de vierde
kolom tot vier .
(Een speler met drie bezette steengroeven moet bijvoorbeeld de
volgende bouwkosten betalen: bouwhut :1; kantoor : 3;haven : 5;
stadhuis : 7)
Aanwijzing :
Let op de bijzondere functie van de universiteit.
Bouwt een bouwmeester geen gebouw dan wordt die ene Dubloen (
zijn privilege) niet uitbetaald!
Het is niet mogelijk om meer dan 12 stadsvelden te bebouwen. Hij die
enkel nog één veld over heeft kan geen groot gebouw
meer bouwen.
De opzichter ( opzichtersfase ---- het produceren
van waren)
Wie deze rol kiest , neemt volgens zijn productieketen handelswaar
uit de algemene voorraad en legt ze op de windroos van zijn
speelbord. Zodat naast het geld ook de handelsvoorraad van een speler
op elk ogenblik te zien is. Vervolgens nemen de andere spelers om
beurt hun waren.
Uitvoerige beschrijvingen van de afzonderlijke productieketens
vind je onder "productiegebouwen"
Als laatste handeling van de opzichtersfase neemt de opzichter ( als zijn privilege) van de algemene voorraad nog één bijkomende steen maar dan wel een van de warensoort die hij zojuist geproduceerd heeft.
Aanwijzing :
Let op de bijzondere functie van de fabriek
Is er een bepaalde soort niet meer voorhanden dan gaat de speler
met lege handen naar huis.
Heeft de opzichter niets geproduceerd dan krijgt hij die ene extra
steen (privilege) niet.
De opzichter is het riskantste personage in het spel. Hier moet men
zeer goed oppassen dat men door het produceren van handelswaar zijn
medespelers niet meer helpt dan zichzelf!
De handelaar (handelaarsfase ---- verkopen van
waren)
Wie deze rol kiest, kan vervolgens juist geteld één
handelswaar aan het handelshuis verkopen. Hij krijgt hiervoor de
aangegeven prijs (0 - 4 Dubloenen) plus 1 Dubloen (als zijn
privilege). Aansluitend kan om beurt iedere andere speler maximaal
één handelswaar voor de aangeboden prijs aan het
handelshuis verkopen. De handelaarsfase is beëindigd wanneer
iedere speler eenmaal aan beurt was respectievelijk wanneer het
handelshuis vol is.
Bij de verkoop houdt men rekening met de volgende beperkingen
:
- Het handelshuis neemt maximaal 4 handelswaar op. Eenmaal vol kunnen
de volgende spelers geen handelswaar meer verkopen.
- Er worden slechts handelswaar van een verschillende soort opgenomen
( uitgezonderd : kantoor).
Als laatste handeling maakt de handelaar het handelshuis leeg, op voorwaarde dat er daar 4 handelswaren liggen, door ze weer in de algemene voorraad te leggen. Liggen er in het handelshuis echter slechts drie of minder handelswaar dan blijven deze in het handelshuis. (Hierdoor is het in de volgende handelaarsfase moeilijker om handelswaar te verkopen omdat er reeds bepaalde soorten waar in het huis bevinden en omdat de opnamecapaciteit beperkter is)
Aanwijzing :
Let op de functie van de kleine respectievelijk grote markt en de
kantoren.
verkoopt een handelaar niets dan krijgt hij de bijkomende Dubloen
(privilege) niet!
Het is alleszins toegelaten om mais aan het handelshuis te verkopen,
ook wanneer hiervoor geen inkomsten worden bekomen.
De kapitein (kapiteinsfase --- leveren van
waren)
De kapitein begint de levering van waar aan de oude wereld wat
betekent dat er om beurt handelswaar op de transportschepen geplaatst
worden. De kapitein begint met de levering, vervolgens is de volgende
speler aan beurt enz.
Opgepast : In de kapiteinsfase kunnen de spelers meermaals aan
beurt komen. Hierbij moet men er rekening mee houden dat telkens
wanneer een speler aan beurt komt en hij een waar kan leveren hij
deze waar ook moet leveren. Hij mag echter telkens slechts
handelswaar van een zelfde soort leveren. De kapiteinsfase
wordt om beurt zolang verder gezet totdat niemand meer kan
leveren.
Voorwaarden voor het leveren.
Bij het leveren zijn er de volgende beperkingen :
- Ieder transportschip neemt enkel handelswaar van één
bepaalde soort aan boord.
- Geen enkel transportschip neemt handelswaar aan boord dat zich
reeds op een van de andere schepen bevindt.
- Een vol transportschip neemt geen handelswaar meer aan boord.
- Wie aan beurt is moet leveren voor zover men kan. Hij mag daarbij
enkel handelswaar van een zelfde soort leveren.
- Wie een (handelswaar)soort levert moet hiervan zoveel waar als
mogelijk leveren. Men mag dus geen handelswaar achterhouden wanneer
men op het betreffende schip, op het tijdsstip van het inladen, nog
plaats vindt. Hieruit volgt dat een speler, voor wie er meerdere
schepen ter beschikking staan, steeds een voldoende grote moet
benutten.
- Beschikt een speler over meerdere leverbare soorten dan kan hij
vrij kiezen welke hij daarvan levert. (hij moet dus bijvoorbeeld
niet die soort kiezen waarvan hij de meeste heeft)
Zegepunten.
Voor iedere handelswaar , die een speler levert, bekomt men een
zegepunt (1 ZP) en dit in de vorm van een zegeschijfje "1" ( bij
het leveren hebben alle handelswaar een gelijke waarde : 1 zegepunt
per steen! Een verschil als bij het verkopen (de handelaarsfase) is
er niet.) De kapitein krijgt (als zijn privilege) bij zijn eerste
levering een zegepunt meer. De zegepunten mogen in tegenstelling tot
het geld en de handelswaar verdekt gehouden worden door ze met hun
rugzijde op de windroos van het speelbord te leggen. Van tijd tot
tijd zullen de spelers hun "1" zegepunten ruilen met "5"
zegepuntschijfjes.
Opslagplaats.
Is niemand meer in staat om te leveren dan gaat men na of de
spelers hun handelswaar, die zich nu nog op hun windroos bevinden,
kunnen opslaan. Eén handelswaar kan elke speler als
basisregel steeds opslaan. Voor alle andere overgebleven stenen moet
een speler over een bezette opslagruimte (kleine of grote
opslagplaats) beschikken. Is dit niet het geval dan moeten alle
handelswaar die niet opgeslagen werden kosteloos in de algemene
voorraad terug gelegd worden (zie verder onder : kleine
opslagplaats)
Als laatste handeling van de kapiteinsfase ruimt de kapitein alle volle schepen volledig op en dit door de handelswaar terug in de algemene voorraad te leggen. Schepen die niet vol zijn blijven zo staan. (Hierdoor zijn de spelers in de volgende kapiteinsfase onderhevig aan duidelijk meer beperkingen omdat zowel bepaalde warensoorten reeds vast staan en ook omdat de opnamecapaciteit van sommige schepen verminderd is.)
Aanwijzing :
Let op de bijzondere functie van de kleine respectievelijk grote
opslagplaats, de havens en de werf.
Kan een speler niet al zijn handelswaar opslaan dan mag hij
kiezen welke soort hij wil opslaan en welke hij in de algemene
voorraad terug legt.
De kapitein krijgt slechts één zegepunt (privilege)
erbij ook wanneer hij meer dan een soort waar inlaadt. Levert hij
niets dan krijgt hij het bijkomende zegepunt niet.
Ter verduidelijking : niet op het einde van elke fase maar wel
slechts op het einde van iedere kapiteinsfase wordt nagegaan of de
speler in staat is om zijn handelswaar op te slaan.
Voorbeeld van een kapiteinsfase (met 4 spelers)
Anna is kapitein en begint met het leveren. Ze
bezit 2 mais en 6 suiker. De schepen met laadruimte 5 en 7 zijn leeg.
Op het schip van 6 zijn er reeds 3 mais ingeladen. Anna moet nu beide
mais of alle 6 suikers leveren. Ze beslist de suiker te leveren en
legt haar 6 stenen in het schip van 7. (Het schip van 5 mag ze niet
gebruiken!) Ze bekomt 7 zegepunten ( 6 + 1 (als kapitein))
Benno is aan beurt. Hij bezit 2suiker en 3
tabak. Hij kiest voor suiker en plaatst 1 suiker in het schip van 7
(In plaats daarvan kon hij ook de 3 tabak in het schip van 5 gelegd
hebben. Dit wil hij echter niet doen omdat hij de tabak nodig heeft
voor de verkoop in het handelshuis) Hij krijgt 1 ZP.
Clara is aan beurt. Ze bezit 2 mais en 1 tabak.
Ze kiest voor de tabak en plaatst deze op het schip van 5. Ze bekomt
1 ZP.
Donni is aan beurt. Hij bezit 1 mais en 5
Indigo. Hij moet de mais op het schip van 6 inladen. Hij bekomt 1
ZP
Anna is terug aan beurt. Ze moet nu beide mais
op het schip van 6 leggen. Ze krijgt hiervoor 2 andere
zegepunten.
Benno heeft nu geen andere keuze meer en moet de
3 tabak op het schip van 5 laden. Hij krijgt er 3 zegepunten bij.
Clara en Donni alsook
Anna en Benno kunnen niets
meer leveren. Het eerste deel van de kapiteinsfase is hiermee
afgesloten. Nu wordt de opslagmogelijkheid van elke speler bekeken.
Dan worden de volle schepen van 6 en van 7 leeg gemaakt. De 4
handelswaar(stenen) tabak blijven op het schip van 5 liggen.
De goudzoeker.
Kiest een speler het personage " goudzoeker" dan voert hij
geen algemene actie uit behalve zijn privilege: namelijk het nemen
van een Dubloen uit de bank.
Een nieuwe ronde...
Nadat de laatste speler een personage heeft gekozen en de
betreffende actie door alle spelers is uitgevoerd eindigt een
speelronde. Nu wordt er op de drie niet gekozen personagekaarten
telkens één Dubloen, uit de bank, gelegd. Het speelt
geen enkele rol of daar reeds Dubloenen liggen. Zo'n personages zijn
in de volgende ronden aantrekkelijker omdat ze naast hun privilege
ook een aantal Dubloenen extra opbrengen. ( Zo bekomt een speler die
een goudzoeker met daarop 2 Dubloenen kiest in totaal 3
Dubloenen)
Vervolgens worden alle andere personagekaarten terug naast het
aflegbord gelegd. De gouverneurskaart wordt aan de linker buurman van
de huidige bezitter gegeven. De nieuwe gouverneur begint de volgende
ronde waarin hij opnieuw een van de personagekaarten kiest enz.
Einde van het spel.
Het spel eindigt bij het einde van een ronde
wanneer er minstens aan een van de volgende drie voorwaarden is
voldaan :
De zegepunten worden op een blaadje genoteerd.
Iedere speler telt op :
Opmerking : De zegepunten van een gebouw tellen ook mee
zelfs wanneer dit gebouw niet bezet is . (Zo brengen de vijf grote
gebouwen telkens 4 ZP op ook wanneer ze niet bezet zijn.)
De extra zegepunten van de vijf grote gebouwen worden enkel toegekend
wanneer ze bezet zijn!
Winnaar is die speler met de meeste zegepunten. Bij een gelijkheid wint hij die de grootste hoeveelheid Dubloenen en handelswaar bezit ( 1 handelswaar = 1 Dubloen)
De gebouwen.
Voor alle gebouwen geldt :
- Ieder gebouw mag per speler slechts eenmaal gebouwd worden.
- Van zodra er een kolonist op een gebouw staat geldt het als bezet.
Enkel bezette gebouwen hebben een uitwerking (uitgezonderd :
zegepunt)
- Op welk stadsveld een gebouw geplaatst wordt heeft geen enkele
betekenis (hetzelfde voor de plantages en de steengroeven op de
eilandvelden) De gebouwen mogen ook op de stadsvelden verplaatst
worden wanneer een speler bijvoorbeeld een groot gebouw wil bouwen en
hij eventueel geen twee vrije velden onder elkaar heeft liggen. In
ieder geval mag hij net zoals bij de eilandplaatjes geen gebouw
volledig van het speelbord nemen ( om bijvoorbeeld plaats te maken
voor andere gebouwen of om het einde van het spel uit te
stellen).
- Het roodbruine getal rechts boven op elk gebouw ( bezet of onbezet)
geeft aan hoeveel zegepunten het bij het speleinde opbrengt.
- het getal in de eerste cirkel van elke gebouw geeft aan hoeveel de
bouwkosten bedragen. Na het bouwen speelt dit getal geen enkele rol
meer
De productiegebouwen ( blauw, wit, licht - en
donkerbruin)
Zijn samen met de plantages noodzakelijk nodig om de
verschillende handelswaar te produceren:
- Uit de Indigostruiken wordt in de Indigoverfkuipen verf (blauwe
handelssteen) gewonnen.
- Het suikerriet wordt in de suikermolen tot suiker ( witte
handelssteen) geperst
- De tabaksbladeren worden op de tabakszolder tot tabak ( lichtbruine
handelssteen) gemalen
- Van de koffiestruiken worden in de koffiebranderijen koffiebonen
(donkerbruine handelssteen) gebrand
Opmerking : voor de maisplanten heeft men geen productiehuis nodig. Mais (gele handelssteen) wordt direct op de plantage gewonnen dit betekent dat iedere bezette maisplantage in de opzichtersfase onmiddellijk een gele handelssteen opbrengt.
De cirkels op een productiegebouw geven aan hoeveel handelswaar hier maximaal kan bekomen worden wanneer ze met kolonisten bezet zijn. Hiervoor heeft de speler ook juist evenveel bezette plantages nodig.
Vb Pag. 8 Duitse spelregels.
De speler produceert de volgende handelswaar
1) 2 handelsstenen mais (omdat de derde maisplantage niet bezet
is)
2) 1 handelssteen tabak ( omdat de tweede cirkel op de tabakszolder
niet bezet is)
3) 3 handelsstenen suiker ( omdat de vierde suikerrietplantage niet
bezet is)
Aanwijzing:
- er worden geen grondstoffen "voorlopig" opgeslagen. in het vb op
pag. 8 krijgt de speler in feite enkel de aangegeven handelsstenen,
alle "werkloze" kolonisten brengen niets op !
- Zoals reeds beschreven bij de opzichter gaat een speler met lege
handen naar huis wanneer in de algemene voorraad geen betreffende
handelsstenen meer voorhanden zijn.
De paarse gebouwen
Er zijn 17 verschillende paarse gebouwen : van de 12 kleine
gebouwen heeft men er telkens twee, de 5 grote gebouwen zijn slechts
eenmaal aanwezig. De bijzondere functie van de paarse gebouwen zorgt
ervoor dat een deel van de basisregels minder sterk worden( zo mag
een bezitter van een kantoor toch een soort aan het handelshuis
verkopen welke daar reeds aanwezig is)
Een speler is echter niet verplicht gebruik te maken van zijn paarse
gebouwen wanneer hij dit niet wenst ( is vooral van belang bij de
betekenis van de werf; zie verder)
Kleine markt (Kleine Markthalle)
Verkoopt een bezitter van een kleine markt in de handelaarsfase
een handelssteen, dan krijgt hij een extra Dubloen van de bank.
Voorbeeld: Men verkoopt een handelssteen mais en krijgt
daarvoor 1 Dubloen.
Haciënda (Hazienda)
Komt de bezitter van een Haciënda in de kolonistenfase aan
beurt dan kan hij vooraleer een open liggende plantagekaartje te
nemen eerst een bijkomend kaartje van de verdekte stapel nemen en dat
op een vrij eilandveld plaatsen.
Aanwijzing : neemt een speler zo'n verdekt plaatje dan moet
hij dit vervolgens op zijn eiland leggen. Is hij tevens in het bezit
van een bouwhut dan mag hij niet in plaats van een verdekt plaatje
een steengroeve nemen.
Bouwhut (Bauhütte)
Komt de bezitter van een bouwhut in de kolonistenfase aan beurt
kan hij in de plaats van een open liggend plantagekaartje ook
een steengroeve nemen.
Aanwijzing : Is de kolonist in het bezit van een bouwhut
dan mag hij toch maar één steengroeve nemen.
Een kleine opslagplaats ( Kleines Lagerhaus)
Zoals beschreven onder " de kapitein" heeft iedere speler op het
einde van elke kapiteinsfase voor de niet geleverde handelswaar een
opslagruimte nodig, anders moeten ze deze waar terug in de algemene
voorraad leggen. De bezitter van een kleine opslagplaats mag op het
einde van een kapiteinsfase, naast de ene handelssteen die iedere
speler steeds mag opslaan, nog willekeurig veel warenstenen van een
bepaalde soort opslaan.
Aanwijzing : Bij het opslaan worden de handelswaren niet
daadwerkelijk in de opslagplaatsen gelegd maar wel denkbeeldig daar
ze op de windroos blijven liggen. Het opslaan beschermt je echter
niet tegen het leveren van handelswaar alleen maar na het
leveren tegen het terugleggen in de algemene voorraad.
Herberg (Hospiz)
Neemt de bezitter van een herberg in de kolonistenfase een
eilandplaatje ( plantage of steengroeve) dan mag hij onmiddellijk een
kolonist uit de algemene voorraad nemen en hem op dit plaatje
plaatsen.
Aanwijzing : Neemt hij als bezitter van een Haciënda
ook een verdekt plaatje dan bekomt hij hiervoor geen kolonist.
Liggen er geen kolonistenstenen meer in de voorraad ( mogelijk bij
het einde van het spel) dan mag hij er een van het kolonistenschip
nemen. Is er daar ook geen meer voorhanden dan gaat hij met lege
handen naar huis.
Kantoor (Kontor)
verkoopt de bezitter van een kantoor en de handelaarsfase een
handelssteen dan mag dit vaneen soort zijn die reeds in het
handelshuis ligt. Is het handelshuis vol dan dient het kantoor voor
niets.
Voorbeeld :In het handelshuis ligt er reeds een handelswaar
tabak. De bezitter van een kantoor is aan beurt en verkoopt een
bijkomende tabak. Ook de bezitter van het andere kantoor komt aan
beurt en ook hij verkoopt tabak...
Grote markt (Grosse Markthalle)
Verkoopt de bezitter vaneen grote markt in de handelaarsfase een
handelswaar dan krijgt hij hiervoor 2 Dubloenen meer van de bank.
Aanwijzing : Bezit een speler een kleine en een grote markt
dan krijgt hij bij de verkoop navenant drie 3 Dubloenen meer.
De grote opslagplaats (Grosses Lagerhaus
De bezitter van een grote opslagplaats mag op het einde van een
kapiteinsfase, naast de ene handelssteen die iedere speler steeds mag
opslaan, nog willekeurig veel handelswaar van twee andere soorten
opslaan.
Aanwijzing : Bezit een speler een kleine en een grote
opslagplaats dan mag hij tot 3 handelswaren van verschillende soort
samen met de ene handelswaar van een vierde soort opslaan.
Fabriek (Manufaktur)
Produceert de bezitter van een fabriek in de opzichtersfase meer
dan één soort handelswaar dan krijgt hij van de bank
geld. Voor twee soorten handelswaar krijgt hij 1 Dubloen, voor drie
soorten 2 Dubloenen, voor vier soorten 3 Dubloenen en voor alle vijf
de soorten 5 Dubloenen. Het aantal geproduceerde handelswaren speelt
hierbij geen enkele rol.
Voorbeeld : De bezitter van een fabriek beschikt over 3
mais , 3 suikerriet en 1 tabaksplantage alsook over de
overeenkomstige productiegebouwen. In de actuele opzichtersfase
produceert hij effectief slechts 2 handelswaar suiker en 1 tabak en
dit echter omdat er geen mais meer is en er slechts 2 suiker in de
voorraad liggen. Hij bekomt 1 Dubloen van de bank omdat hij 2
handelswaar geproduceerd heeft.
Universiteit (Universität)
Bouwt de bezitter van een universiteit in de bouwmeesterfase een
gebouw dan mag hij onmiddellijk een kolonist uit de algemene voorraad
nemen en hem op dit gebouw plaatsen.
Aanwijzing : Bouwt hij een gebouw dat uit meer dan een
cirkel bestaat dan krijgt hij hiervoor slechts één
kolonist. Liggen er geen kolonistenstenen meer in de voorraad
(mogelijk bij het einde van het spel) dan mag hij er een nemen van
het kolonistenschip. Is er daar ook geen meer voorhanden dan gaat hij
met lege handen naar huis.
Haven (Hafen)
Telkens wanneer de bezitter van de haven gedurende de
kapiteinsfase waren levert krijgt hij hiervoor een zegepunt
extra.
Voorbeeld : De bezitter van een haven ( en van een werf)
kan 3 van zijn vijf tabaksstenen op het "tabaksschip" laden. Omdat
het schip vol is krijgt hij 3 + 1 ZP. In de volgende leveringsronde
laadt hij twee suikerstenen in op het betreffende schip : 2 + 1 ZP.
Een volgende leveringsronde gebruikt hij zijn werf en legt de beide
overblijvende tabaksstenen terug in de voorraad : opnieuw 2 + 1 ZP.
Zo heeft hij in deze kapiteinsfase dank zij zijn haven 3 ZP
gewonnen.
Werf (Werft)
Is een speler in de kapiteinsfase aan beurt dan moet hij de onder
de "kapitein" beschreven voorwaarden handelswaar inladen. Bezit hij
echter over een werf dan kan hij hem als hij aan beurt is als volgt
gebruiken: in plaats van in een van de drie transportschepen te
laden, legt hij alle eigen handelswaar van een willekeurige soort in
de algemene voorraad terug en bekomt daarvoor evenveel zegepunten
(hij heeft als het ware een eigen (ingebeeld) schip met onbeperkte
capaciteit gebouwd en gebruikt.)
Komt hij in deze kapiteinsfase opnieuw aan de beurt om handelswaar te
leveren dan moet hij een volgende soort handelswaar in een
transportschip laden voor zover hij dit ( nog) kan enz.
De werf kan door zijn bezitter slechts eenmaal per fase gebruikt
worden. Het tijdstip kan hij echter zelf bepalen. Het eigen
"werf-schip" neemt, in tegenstelling tot de de drie transportschepen,
ook dat soort handelswaar op dat reeds op een van deze schepen
aanwezig is of welke door de bezitter van de andere werf reeds
geleverd werd.
Aanwijzing : Gebruikt een speler een werf dan moet hij alle
handelswaar van zijn gekozen soort verschepen. Hij is echter niet
verplicht die soort te kiezen waarvan hij het meeste
handelswaarstenen bezit.
Een " werf-schip " neemt tot 11 handelswaarstenen van een soort
op.
Voorbeeld : In het voorbeeld van de haven had de speler ook
zijn werf kunnen gebruiken om alle vijf zijn tabakstenen terug in de
voorraad te leggen. Hierdoor was het eigenlijke "tabak-schip"
mogelijkerwijze op het einde van de kapiteinsfase niet volledig
gevuld geweest en moest het ook niet leeg gemaakt worden.
De grote gebouwen
De volgende vijf gebouwen komen slechts eenmaal voor in het spel.
Alhoewel ze telkens twee stadsvelden beslaan tellen ze toch maar als
een gebouw.
Opmerking : Is er in deze spelregels sprake van "grote
gebouwen" dan gaat het steeds om de volgende vijf
gebouwen!
Gilde-hal (Zunfthalle)
De bezitter van de bezette gilde-hal krijgt bij het einde van het
spel 1 bijkomende ZP voor ieder eigen ( bezet of onbezet) klein
productiegebouw ( = kleine Indigoververij en kleine suikermolen )
alsook 2 ZP voor elk groot (bezet of onbezet) productiegebouw (=
Indigoververij, suikermolen, tabakszolder, koffiebranderij)
Voorbeeld : De eigenaar van de Gilde-hal heeft bij het
speleinde de kleine en de grote suikermolen alsook de kleine
Indigoververij en de koffiebranderij : hij bekomt hiervoor 6 ZP
extra.
Residentie (Residenz)
De bezitter van de bezette residentie krijgt bij het einde van
het spel bijkomende zegepunten voor zijn met ( bezette of onbezette)
plantages en steengroeven bedekte eilandvelden. Voor de tot 9 bedekte
velden krijgt hij 4 ZP, voor 10 velden 5 ZP, voor 11 velden 6 ZP en
voor alle 12 de eilandvelden bekomt hij 7 zegepunten.
Voorbeeld : De eigenaar van de residentie heeft bij het
speleinde op 10 van zijn 12 eilandvelden plantages respectievelijk
steengroeven liggen, hij krijgt 5 ZP extra.
Vesting (Festung)
De bezitter van de bezette vesting krijgt bij het einde van het
spel voor elke drie kolonisten op zijn speelbord 1 ZP
Voorbeeld : De eigenaar van een vesting heeft bij het
speleinde gezamenlijk 20 kolonisten op zijn plantages, steengroeven,
gebouwen en in San Juan staan. Hij krijgt hiervoor 6 ZP.
Tolhuis (Zollhaus)
De bezitter van het bezette tolhuis krijgt bij het einde van het
spel telkens 1 bijkomend ZP voor elke vier eigen zegepunten. Hierbij
worden enkel de zegepuntschijfjes van de speler bekeken echter niet
de zegepunten van zijn gebouwen.
Voorbeeld : De eigenaar van het tolhuis heeft bij het
speleinde in totaal 23 zegepunten in de vorm van 1 en 5 schijfjes :
hij krijgt hiervoor 5 ZP extra.
Stadhuis (Rathaus)
De bezitter van het bezette stadhuis krijgt bij het einde van het
spel 1 bijkomend ZP voor ieder eigen (bezet of onbezet) paars gebouw
(het stadhuis telt mee!)
Voorbeeld : Een speler bezit bij het speleinde de volgende
paarse gebouwen : Haciënda, bouwhut, kantoor, grote
opslagplaats, haven, residentie en stadhuis (bezet) . Hij krijgt
hiervoor 7 ZP extra.
Op de laatste pag. van de Duitse spelregels staat een afbeelding van de afzonderlijke gebouwen die die spelers kunnen gebruiken waarvoor het aflegbord "op zijn kop" ligt.
![]()
Date Last Modified: 27-03-2002
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams
Spellenarchief