Ohne Furcht und Adel

Auteur: Bruno Faidutti
Uitgegeven door Hans im Glück, 2000
Een karaktervol kaartspel voor 3 tot 7 spelers vanaf 10 jaar , duurt ongeveer 60 minuten.
Vrij vertaald in het Nederlands door Peter Vosters (Spelgroep Hof van Watervliet, Brugge, België).

Ohne Furcht und Adel

De nevel glijdt over de met morgendauw bedekte velden, de zon toont reeds haar gezicht aan de horizont en verlicht de vruchtbare vlakten. Doorheen de nevelslierten kan men ze zien, de dappere ijzeren helden, die zich klaar maken het land te bevrijden om het in zijn volle schoonheid te laten bloeien. Niemand vermoedt de ware gronden en intriges die achter elk van hen schuil gaat. Net zoals marionetten worden de edelmannen van het land daarvoor misbruikt, het dienen van de belangen van de dubbelzinnige helden...
uit het derde boek van de stadsschrijver Junana, 13 februari (sprokkelmaand) 1478

Inhoud

Doel van het spel
Iedere speler probeert door het uitspelen van acht, mogelijk waardevolle, bouwkaarten zijn eigen stad op te richten. Hiervoor kruipen de spelers steeds opnieuw in de huid van een ander personage. Op deze wijze probeert men de voordelen, aan deze persoon verbonden, voor zichzelf aan te wenden.

Voorbereiding.
Men plaatst de kaart met de kroon op het voetstukje. De oudste speler wordt in de eerste ronde tot koning benoemd en plaatst als teken van zijn waardigheid de kroon voor zich neer. Twee spelers schudden de bouwkaarten en de karakterkaarten in twee afzonderlijke stapels. Deze beide stapels worden in het midden van de tafel als verdekte stapels geplaatst, daarnaast komen de 30 goudstukken te liggen.
Iedere speler neemt :

De kaarten
1) De bouwkaarten
Elke bouwkaart behoort tot een bepaalde kleur
(nvdr. zie cirkel links onderaan de kaart)
Blauw : voordeel voor de priester
Groen : voordeel voor de handelaar
Geel : voordeel voor de koning
Rood : voordeel voor de soldaat
Paars : geen voordeel voor een bepaald personage. De paarse bouwkaarten zijn gemiddeld duurder en waardevoller dan de bouwkaarten in de vier andere kleuren. De afgedrukte tekst verleent de speler die zo'n kaart voor zich liggen heeft een bijzonder voordeel.
De kosten en de punten van een willekeurige bouwkaart zijn gelijk en kan men aan het aantal afgebeelde goudstukken herkennen.

2) De personagekaarten
Ieder van de 8 personages heeft een bijzondere eigenschap, die wat verder verklaard worden.

Verloop van een ronde.
De koning is de startspeler. Hij schudt de personagekaarten en legt de bovenste kaart verdekt in het midden van de tafel. Naargelang het aantal spelers draait hij tevens nog de volgende 0 - 2 kaarten om en legt deze open naast de eerst kaart .

aantal spelers
aantal open kaarten
3 - 4
2
5
1
6 - 7
0

Bij 3 spelers wordt de "Meuchler" (sluipmoordenaar) volledig uit het spel genomen!
Bevindt zich onder de openliggende kaarten de " koning" dan wordt deze door een andere kaart vervangen en de "koning " komt terug in de stapel te liggen.
Uit de overige kaarten kiest de koning (startspeler) één kaart en legt deze verdekt voor zich neer. De overige kaarten geeft hij verdekt aan zijn linker buurman die eveneens een kaart kiest en deze voor zich neerlegt en vervolgens de kaarten verder doorgeeft. Voor de laatste speler schieten er nog 2 kaarten over. Hier kiest hij eveneens één kaart en legt de andere verdekt in het midden van de tafel
(Uitzondering bij 7 spelers krijgt de laatste speler slechts één kaart van zijn medespeler. Hij neemt nu de, in het begin van het spel door de koning uitgelegde verdekte kaart bij zich. Uit deze beide kaarten kiest hij nu één kaart en legt de andere in het midden van de tafel.)

Aansluitend roept de koning de personages een na een, in de op het overzichtstabel aangegeven volgorde, af. Heeft een speler het genoemde personage voor zich liggen dan moet hij dit aangeven. Hij moet de kaart omdraaien en zijn beurt uitvoeren. De kaart komt nadien op de aflegstapel met personagekaarten te liggen. Reageert er niemand op het afgeroepen personage omdat dit personage onder de afgelegde kaarten bevindt of omdat het personage vermoord werd dan roept de koning het volgende personage af.
Zijn alle 8 personagekaarten uitgespeeld begint een nieuwe ronde.

Verloop van een beurt van een personage.
Heeft iemand te kennen dat hij het betreffende personage voor zich liggen heeft dan begint zijn speelbeurt :

De 8 personagekaarten
1) De moordenaar.
Hij noemt een personage die hij in deze ronde wil vermoorden. Komt dit personage vervolgens aan beurt (door de naamafroeping door de Koning) dan maakt deze zich niet kenbaar en mag hij in deze ronde geen actie doorvoeren. Heeft hij bv. de handelaar gekozen dan past de handelaar in deze ronde.

2) De dief.
Hij noemt een personage die hij in deze ronde wil bestelen. Het is niet toegestaan om de moordenaar te noemen of het personage dat vermoord werd. Komt dit personage vervolgens aan beurt (door de naamafroeping door de Koning) dan maakt hij zich bekend en moet hij de dief nu onmiddellijk zijn volledige goudvoorraad afgeven. Heeft de dief bv. de priester gekozen dan moet de priester zijn goudvoorraad afgeven. Maakt het personage zich niet bekend omdat de betreffende kaart verdekt ligt dan heeft de dief pech gehad en gaat hij met lege handen naar huis.

3) De magiër
Hij mag ofwel

of

4) De koning.
Hij krijgt de kroonkaart en neemt hiermee de taak van de koning over. Zijn taak bestaat uit :
Hij is de startspeler in de volgende ronde en roept van nu af de volgende personages af. De koning krijgt 1 goudstuk voor elke gele bouwkaart die hij voor zich liggen heeft . Wanneer er zich geen nieuwe koning bekend maakt ( ofwel omdat zijn kaart verdekt ligt ofwel omdat het personage vermoord werd) dan blijft de huidige koning in zijn ambt en neemt hij ook in de volgende ronde deze taken over.

5) De priester.
Zijn bouwkaarten kunnen door de soldaat niet gestolen worden. De priester krijgt 1 goudstuk voor elke blauwe bouwkaart die hij voor zich liggen heeft.

6) De handelaar.
De handelaar krijgt steeds 1 goudstuk.
Bovendien krijgt hij 1 goudstuk voor elke groene bouwkaart die hij voor zich liggen heeft.

7) De bouwmeester.
Hij bekomt 2 bouwkaarten. De bouwmeester mag in zijn beurt tot drie bouwkaarten uitspelen.

8) De soldaat.
Hij mag een bouwkaart van een medespeler stelen. Kaarten die slechts 1 goudstuk waard zijn mag hij kosteloos wegnemen. Voor alle andere bouwkaarten betaalt hij 1 goudstuk minder dan wat ze waard zijn. Heeft hij een bouwkaart gestolen dan legt hij deze op de aflegstapel. De soldaat kan geen stad onder handen nemen die reeds uit 8 bouwkaarten bestaat. De soldaat krijgt voor elke rode bouwkaart die hij open voor zich liggen heeft 1 goudstuk.

Drie voorbeelden verduidelijken de inzet van de eigenschappen van de personages.

Had onze handelaar in plaats van een kaart te nemen in het begin van zijn beurt 2 goudstukken geïnd dan had hij samen met zijn goudstuk voor zijn handelaar zijn 3 goudstukken in bezit. Hiermee kon hij zijn "kantoor "- kaart uitspelen. Daar de handelaar voor elke groene kaart in zijn stad een goudstuk ontvangt kon hij op het einde van zijn beurt 3 goudstukken opstrijken.

Speleinde en winnaar.
Het spel eindigt wanneer een speler de achtste bouwkaart uitspeelt. De ronde wordt nog tot het einde verder gespeeld. Elke speler ontvangt nu de volgende punten :

Winnaar is die speler die de meeste punten kan bekomen. Bij gelijkheid is het die speler die de meeste punten met enkel zijn bouwkaarten bereikt heeft.

Samenvatting kaartje

voorzijde :

Verloop van een ronde

Eigenschap personage :

achterzijde: ( let op de verschillende kleuren nvdr. )

1 Moordenaar

  • vermoordt een ander personage

5 Priester

  • zijn bouwwerken zijn beschermd tegen de soldaat

2 Dief

  • besteelt een ander personage

6 Handelaar

  • neemt 1 goudstuk

3 Magiër

  • ruilt kaarten met een speler of met de stapel

7 Bouwmeester

  • neemt 2 kaarten
  • bouwt tot 3 bouwwerken

4 Koning

  • wordt in de volgende ronde startspeler

8 Soldaat

  • vernietigt een vreemd bouwwerk

Tekst paarse kaartjes

"Bibliothek" : Wanneer je in het begin van je beurt kaarten neemt dan mag je beide kaarten behouden.
"Drachenhort" : Dit prestigieus bouwwerk kost je 6 goudstukken en brengt op het einde van het spel 8 punten op.
"Friedhof" : Vernietigt de soldaat een bouwwerk dan mag je 1 goudstuk aan de kassa betalen om dat bouwwerk terug in de hand te nemen. Dit is niet toegelaten wanneer je zelf de soldaat bent.
"Geisterstadt" : Bij het berekenen van de zegepunten mag je deze kaart ruilen voor een bouwwerk van een willekeurig kleur.
"Hexenschule" : De heksenschool telt bij de berekening van de inkomsten zoals een bouwwerk van een willekeurig kleur. Je bekomt één bijkomend goudstuk wanneer je de koning, priester, handelaar of soldaat bent.
"Laboratorium" : Je mag een bouwwerk uit je hand op de aflegstapel leggen en in de plaats daarvan 1 goudstuk nemen.
"Schmiede" : Je mag op een willekeurig tijdstip gedurende je beurt 2 kaarten van de verdekte stapel nemen waarvoor je 3 goudstukken aan de kassa betaalt.
"Sternwarte" : Wanneer je in het begin van je beurt kaarten neemt dan mag je 3 kaarten nemen; daaruit kies je één kaart, de beide andere kaarten leg je op de aflegstapel.
"universität" : Dit prestigieus bouwwerk kost je 6 goudstukken en brengt op het einde van het spel 8 punten op.
"Wehrturm" : De verdedigingstoren kan door de soldaat niet vernietigd worden.

Date Last Modified: 16-02-2001
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief