Die Gnummies
Auteur: David Parlett
Uitgegeven door Amigo Spiele, 2001
Een kaartspel voor 2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar.

1. Spelidee
De gnumies en hun vrienden van planeet Gnum geven grote party's.
Ze hebben gasten die ze heel graag zien komen naar hun feestjes. Maar
de wulliwaukis ziet iedereen liever niet opduiken op hun
feestjes.
- De gnumies en hun vrienden zijn afgebeeld op de gnumiekaarten
(55).
(Aan de ommezijde van deze kaarten staat een rode, gele, blauwe,
paarse of grijze stip)
Er zijn 5 verschillende kleuren van gnummiekaarten met een waarde
tussen 10 en 100 (5 keer 10 kaarten)
! Er is telkens ook 1 speciale gnumiekaart: de knallikaart (met *
- zie verder)
- De gasten zijn op de partykaarten afgebeeld (53)
(Aan de ommezijde van deze kaarten staat een groene stip, de
voorzijde bevat een figuur in een kader)
van waarde 1-10 (telkens 4 kaarten) en 11-15 (telkens 1
kaart)
- ! Twee soorten speciale partykaarten:
- de wullewaukikaart (7) (zie verder)
- de evolutserkaart (met ?) (1) ( zie verder)
De speler probeert met zijn gnumiekaarten, partykaarten te winnen
(die hem de meeste punten opbrengen). Wie meerdere kaarten van
eenzelfde puntenwaarde kan verzamelen kan meer punten verdienen. Wie
een wullewaukikaart bezit wordt punten afgenomen.
Wie de meeste punten heeft, wint het spel.
2. Spelvoorbereiding
- Iedere speler neemt 11 gnumiekaarten (van
éénzelfde kleur)
- De partykaarten worden geschud en verdekt op een stapel op
tafel gelegd
3. Spelverloop
Het spel bestaat uit meerdere spelronden. Elke spelronde heeft
altijd dezelfde opbouw.
- De bovenste kaart van de afdekstapel wordt door een speler
open gelegd
- Iedere speler legt verdekt een gnummiekaart voor zich
neer.
-> de kaarten worden gezamenlijk omgedraaid.
- Degene met de hoogste gnumiekaart, krijgt de open partykaart
en legt hem open voor zich neer (verplicht).
Hebben meerdere spelers een hoogste kaart, dan wordt er gekeken
naar de gelukspunten onderaan de kaart. Degene met de meeste
gelukspunten wint de partykaart.
- Wie de partykaart wint, moet zijn uitgespeelde gnumiekaart
afleggen.
De anderen nemen de gnumiekaart terug in hun handen.
4. Speciale kaarten
* De knalli (met stersymbool)
Wanneer een speler niet geïnteresseerd is in een openliggende
partykaart, kan hij zijn knallikaart spelen.
! uitzondering: deze kaart mag niet gespeeld worden bij een
wulliwauki.
Wanneer een speler een knallikaart uitspeelt, komt hij niet meer
in aanmerking voor de openliggende partykaart. In plaats hiervan
neemt deze speler de bovenste kaart van de verdekte partykaarten en
bekijkt ze. Hiermee ontstaan drie mogelijkheden:
- Je schenkt deze kaart aan een medespeler, die ze open voor
zich op tafel moet leggen, en je neemt je knallikaart terug op
handen. Deze kan tijdens het verloop van het spel terug
uitgespeeld worden.
- Je houdt zelf de kaart en legt ze open voor je neer. Nu moet
je wel de knallikaart op de aflegstapel leggen.
- De getrokken kaart is een wulliwauki. Nu moet de speler de
wullewauki houden, maar mag de knallikaart terug op handen
nemen.
Opmerkingen:
- Wanneer er in één speelronde verschillende
spelers hun knallikaart hebben uitgespeeld, dan mag niemand een
kaart van de stapel nemen. Ze nemen de knallikaart gewoon weer op
de hand.
- Wanneer alle spelers in één spelronde hun
knallikaart uitspelen, neemt iedereen zijn kaart terug op handen.
De knallikaart kan pas opnieuw gebruikt worden bij het openleggen
van een nieuwe partykaart.
- Als je laatste gnumiekaart in je hand een knallikaart is, dan
moet je hem bij een wulliwaukikaart uitspelen.
- Als er meerdere spelers enkel nog een knallikaart kunnen
uitleggen, dan worden de knallikaarten op de aflegstapel gelegd.
Iedereen mag een kaart nemen van de partystapel (zolang er kaarten
zijn). Hierbij begint de jongste speler.
* De wullewauki (met bliksemsymbool) (7 ex)
- Wanneer een wulliwaukikaart open ligt, wint de speler met de
hoogste gespeelde gnumiekaart.
- Wie een wulliwaukikaart wint, moet de uitgespeelde
gnummiekaart niet op de aflegstapel leggen, de andere spelers
moeten dit echter wel doen.
* De evolutser ( met vraagtekensymbool) (1 ex)
- De speler met de laagste gnumiekaart wint deze partykaart
- De winnaar legt zijn gnumiekaart op de aflegstapel
- Zijn er meerdere personen met een laagste kaart, dan wordt er
gekeken naar het aantal gelukspunten onderaan de kaart. Degene met
het meeste gelukspunten krijgt de evolutserkaart.
5. Speleinde
Voor een speler die geen gnummiekaarten meer heeft is het spel
afgelopen.
Er wordt verder gespeeld tot er maar 1 speler meer overblijft.
Deze speler legt de rest van zijn gnumiekaarten op de aflegstapel en
neemt hiervoor het gelijke aantal partykaarten van de stapel (zolang
er kaarten zijn). Daarna worden de punten geteld. Degene met de
hoogste punten wint.
Puntentelling
Vooraleer de telling start, wordt er gekeken naar de
wullewaukikaarten.
Een speler met:
- 1 wullewaukikaart: levert 1 partykaart in van de laagste
soort
- 2 wullewaukikaarten: levert 1 partykaart in van de hoogste
soort
- 3 of meer: levert voor iedere wullewaukikaart een partykaart
in naar keuze
Telling:
- 1 partykaart: waarde die op de kaart staat
- 2 gelijke partykaarten: 20 punten
- 3 gelijke partykaarten: 50 punten
- 4 gelijke partykaarten: 100 punten
- 5 gelijke partykaarten: 150 punten
!! De evolutserkaart (met ?) wordt bij de laagste partykaart
gelegd en telt mee als een volwaardige kaart (zo kan men aan 5
gelijke partykaarten komen)

Date Last Modified: 05-05-2002
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams
Spellenarchief