Caesar
& Cleopatra
Auteur: Wolfgang Lüdtke
Uitgegeven door Kosmos, 1997
Voor 2 spelers vanaf 10 jaar
![]()
Caesar en Cleopatra liggen in ruzie omtrent de onafhankelijkheid van Egypte. Allebei proberen ze - door het inzetten van zowel geoorloofde als ongeoorloofde technieken - de machtigen van Rome, de patriciërs, voor zich te winnen. Telkens wanneer er een vertrouwensvraag gesteld wordt (d.w.z. dat een welbepaalde patriciër één van beide kampen moet kiezen), wint de speler die de grootste invloed uitoefent bij de overeenkomstige patriciërsgroep. Elke patriciër die een speler uiteindelijk voor zich kan winnen, levert één zegepunt op. Daarnaast zijn er bonuspunten voor het veroveren van elke meerderheid, het kunnen overhalen van een volledige patriciërsgroep evenals door het kunnen uitvoeren van een geheime opdracht. De speler - Caesar of Cleopatra - die op het einde de meeste punten heeft, beslist over de onafhankelijkheid van Egypte en wint het duel.
Spelmateriaal
Spelvoorbereiding
1) Het klaarleggen van de neutrale kaarten: (zie fig. p. 3 v.d. Duitse spelregels)
2) Het klaarleggen van de spelerskaarten:
3) De geheime opdrachtkaarten (Einfluss-Bonus):
4) Het aanleggen van de eerste vijf invloedskaarten:
Verloop van een spelronde.
A) De speler wordt actief:
In dit geval heeft hij de volgende actiemogelijkheden:
1) een actiekaart uitspelen:
De speler MAG op een willekeurig tijdstip van zijn beurt één actiekaart uitspelen waarvan de gevolgen onmiddellijk uitgevoerd moeten worden. Deze kaart wordt nadien zichtbaar op de eigen aflegstapel gelegd. (Betekenis van deze kaarten: zie achteraan)
2) één of twee invloedskaart(en) aanleggen:
3) handkaarten aanvullen:
4) een vertrouwensvraag stellen:
Er zijn 2 mogelijkheden om tot een vertrouwensvraag te komen.a) een 'gewone vertrouwensvraag':
- Draait een speler na zijn beurt een kaart 'vertrouwensvraag' om en deze verwijst naar een bepaalde patriciërsgroep, dan moet men nagaan wie bij de aangegeven patriciërsgroep de grootste invloed heeft.
- Wordt echter een kaart "Orgie" omgedraaid, dan wordt er geen vertrouwensvraag gesteld. Men legt deze kaart dan gewoon open op de aflegstapel.
- Wordt de kaart "Orgie/Bitte Mischen" omgedraaid, dan moeten alle (zowel de reeds uitgespeelde als de nog verdekte stapel) vertrouwensvragen opnieuw geschud worden. Deze nieuwe stapel wordt daarna verdekt klaargelegd.
b) een "buitengewone vertrouwensvraag":
- De buitengewone vertrouwensvraag wordt daarentegen automatisch gesteld wanneer bij het einde van een beurt aan één patriciërsgroep 8 invloedskaarten liggen (kaarten van beide spelers optellen!).
- In dit geval wordt geen nieuwe invloedskaart meer omgedraaid.
Verloop van een vertrouwensvraag.
- Om na te gaan welke speler de meeste invloed heeft op een patriciërsgroep, telt elke speler de invloedspunten van zijn aangelegde kaarten op. Daarom moeten eerst alle verdekt liggende kaarten bij die patriciërsgroep omgedraaid worden.
- De speler met de meeste invloedspunten wint en bekomt de bovenste patriciërskaart. Hij legt deze open voor zich neer.
- De winnaar moet bij die patriciërsgroep nu zijn hoogste invloedskaart wegnemen, de verliezer verliest daarentegen slechts zijn laagste invloedskaart. De weggenomen kaarten worden op de eigen aflegstapels gelegd.
- Alle overblijvende kaarten bij deze patriciërsgroep blijven zichtbaar liggen.
- Is het puntenaantal van beide spelers gelijk, dan blijven alle invloedskaarten liggen totdat het bij die patriciërsgroep tot een nieuwe vertrouwensvraag komt. Opmerking: Bij een 'uitzonderlijke vertrouwensvraag' kan een gelijke puntenstand enkel door het uitspelen van actiekaarten weggewerkt worden.
- Wordt, na een vertrouwensvraag, de laatste kaart van een patriciërsgroep door een speler gewonnen, dan worden alle invloedskaarten die bij deze groep behoren uit het spel genomen en op de betreffende aflegstapels gelegd. Wordt er tijdens het spel van deze patriciërsgroep toch nog een vertrouwensvraag omgedraaid dan heeft deze geen enkele invloed. De speler legt die kaart dan apart en draait vervolgens een nieuwe "vertrouwensvraag" om.
Welke invloed heeft een filosoof?
- Deze bijzondere kaart wordt zoals elke andere invloedskaart (verdekt of zichtbaar) bij een patriciërsgroep aangelegd.
- Bij een vertrouwensvraag draait een filosoof de gebeurtenissen gewoon om:
- De speler met de kleinste invloed wint, de andere verliest.
- De speler met de grootste invloed moet - niettegenstaande hij verloren heeft - zijn hoogste invloedskaart wegleggen. De speler met de minste invloed verliest ook nu slechts zijn laagste kaart. Ook de filosoofkaart moet weggelegd worden.
- Enkele bijzondere gevallen bij de afwikkeling van een vertrouwensvraag:
(Lees dit enkel wanneer er zich tijdens het spel problemen stellen.)
- Is de invloed van beide spelers na het stellen van de vertrouwensvraag gelijk, dan blijven alle kaarten zichtbaar liggen, ook de filosoof. De beslissing wordt verdaagd.
- Ligt als enige kaart een filosoof aan een Patriciërsgroep, dan wordt de beslissing eveneens verdaagd en blijft de filosoof zichtbaar liggen.
- Ligt bij de ene speler enkel een filosoof en liggen bij de andere speler enkel gewone invloedskaarten, dan wint de speler die de kaart filosoof gespeeld heeft.
- Hebben beide spelers een filosoofkaart gelegd, dan heffen beide kaarten elkaar op en wint die speler die de grootste invloed heeft op de groep. Nadien worden beide filosoofkaarten verwijderd.
- Heeft een speler 1 filosoofkaart gelegd, doch de andere heeft er 2 uitgespeeld, dan wint de speler met de minste invloed.
- Heeft een speler aan eenzelfde patriciërsgroep 2 filosoofkaarten aangelegd en ligt er bij de andere speler geen enkele, dan worden deze beide kaarten als één beschouwd. De twee filosofen van dezelfde speler werken elkaar niet tegen. Nadien moeten beide kaarten wel weggenomen worden.
B) De speler blijft passief:
Het einde van het spel
De actiekaarten
1) Aanslag (4x)
Verwijder één openliggende invloedskaart van je tegenstander en leg deze op zijn aflegstapel.
2) Spion (2x)
Bekijk de handkaarten van je tegenstander en kies hieruit 1 kaart die hij op zijn aflegstapel moet leggen. De bespioneerde speler mag daarna onmiddellijk een nieuwe kaart bijnemen.
3) Egyptische/Romeinse rokkade (2x)
Kies 2 patriciërsgroepen uit en neem al de eigen invloedskaarten die daarbij liggen. Verdeel deze kaarten opnieuw, ditmaal verdekt, over die 2 groepen. Het is toegestaan om alle kaarten aan één groep aan te leggen in zoverre dat de algemene regels i.v.m. aantal kaarten per groep natuurlijk niet overtreden worden.
4) Verkenner (2x) (= Kundschafter/in)
Draai bij één patriciërsgroep alle verdekt liggende invloedskaarten van je tegenspeler om.
5) De toorn van de goden (1x)
Verwijder alle invloedskaarten (van jezelf én van je tegenstander) die bij een bepaalde patriciërsgroep liggen. Deze kaarten worden op hun overeenkomstige aflegstapels gelegd.
6) Veto (2x)
Zet je tegenspeler een actiekaart in, dan mag je dadelijk (buiten je beurt) deze kaart uitspelen en die actie verhinderen. Beide kaarten worden nadien weggelegd. Aansluitend mag je zelf een kaart van een reservestapel bijnemen. Het is niet toegestaan om een vetokaart tegen een andere vetokaart uit te spelen.
Varianten
![]()
Date Last Modified: 06-03-1998
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief