BOHNANZA
Auteur: Uwe Rosenberg
Uitgegeven door Amigo Spiele, 1997
Een kaartspel voor gewiekste bonenkwekers en -handelaars voor 3 tot 5
spelers vanaf 12 jaar.

SPELMATERIAAL:
- 104 speelkaarten
- 6 'derde bonenveld'-kaarten (waarvan één
reserve-kaart)
SPELIDEE:
Elke speler handelt in bonen. Deze bonen teelt hij op zijn velden
en probeert hij met (grote) winst te verkopen. Hoe meer bonen van
eenzelfde soort op een veld groeien, hoe groter natuurlijk de
opbrengst zal zijn. In bepaalde gevallen wordt de speler echter
verplicht tot een vroege verkoop wat dan slechts een lage opbrengst
oplevert . Soms valt zelfs helemaal niets te verdienen. De speler die
uiteindelijk met zijn bonenhandel de meeste geldstukken verdient,
wint dit spel.
DE BONENKAARTEN:
- Er zijn acht verschillende bonensoorten. Elke soort komt een
verschillend aantal keren voor in het spel. Het getal op de kaart
geeft aan hoeveel kaarten er van die welbepaalde bonensoort in het
spel aanwezig zijn. (minimum aantal: 6x - maximum aantal:
20x)
- Onderaan elke kaart staat de zogenaamde 'bonometer'. Via deze
bonometer wordt aangeduid hoeveel geldstukken de verkoop van bonen
zal opbrengen. De getallen geven aan hoeveel gelijke bonenkaarten
op een bonenveld nodig zijn om bij een verkoop één,
twee, drie of vier geldstukken te ontvangen. Een verkoop kan nooit
meer dan vier geldstukken ineens opbrengen.
voorbeeld: Bij een 'Saubohne' heb je drie of vier gelijke
kaarten nodig om één geldstuk te ontvangen, vijf of
zes kaarten voor twee geldstukken, zeven kaarten voor drie
geldstukken en acht (of meer) kaarten voor de vier
geldstukken.
DE GELDSTUKKEN:
Bij een verkoop krijg je geldstukken. Deze bekom je door
de bonenkaarten om te draaien. Op elke kaart staat aan de
ommezijde één geldstuk afgebeeld.
DE BONENVELDEN:
In de beginfase van het spel heeft elke speler twee bonenvelden
ter beschikking. Elke speler kan hierdoor twee rijen van
gelijksoortige kaarten kan openen.
Elke speler kan tijdens het verdere spel éénmaal een
derde bonenveld aankopen. Vanaf dan mag hij tot drie rijen kaarten
voor zich openleggen. Zo'n derde bonenveld kost drie geldstukken.
Deze geldstukken neemt hij van zijn voorraad en legt ze weg op de
aflegstapel (voorkant naar boven). Na deze aankoop krijgt de speler
een 'derde bonenveld'-kaart en legt deze voor zich open.
SPELVOORBEREIDING:
- De 'derde-bonenveld'-kaarten worden opzij gelegd.
- Schud alle bonenkaarten en verdeel ze één per
één onder de spelers totdat iedereen vijf kaarten
bezit.
- De overtollige kaarten vormen een verdekte stapel in het
midden van de tafel.
- Zeer belangrijke grondregel: De volgorde waarin een speler
nieuwe kaarten toevoegt aan zijn handkaarten mag tijdens het spel
nooit veranderd worden. Ook de vijf startkaarten blijven in de
gekregen volgorde! Kaarten sorteren per soort is in dit spel op
geen enkel moment toegestaan! De voorste kaart (die volledig
zichtbaar is) is steeds de eerste kaart die moet uitgespeeld
worden. Nieuwe kaarten worden steeds achteraan het rijtje
toegevoegd.
- De speler links van de deler begint.
SPELVERLOOP:
De speler die aan beurt is moet steeds volgende vier akties
uitvoeren:
aktie 1: bonenkaaren uitspelen
- De speler moet de voorste kaart (volledig zichtbaar) verplicht
op één van zijn bonenvelden plaatsen. (Enige
uitzondering: als de speler geen handkaarten meer heeft.) Hij
begint hiervoor ofwel een nieuw bonenveld, verlengt een bestaand
bonenveld of moet eerst een bonenveld verkopen (of indien mogelijk
en gewenst een derde bonenveld opstarten).
- Hierna mag deze speler nog zijn tweede handkaart uitspelen.
Dit is echter geen verplichting.
- Tijdens het Spelverloop zal het meermaals voorkomen dat een
speler uit vrije wil of omdat hij niet anders kan, een bonenveld
vrijmaakt door het te verkopen. Hiervoor vergelijkt hij het aantal
aanwezige bonenkaarten op dat veld met de bonometer van die
bonensoort. Hij draait nu evenveel bonenkaarten om (met de
geldstukzijde zichtbaar) als het aantal waarop hij recht heeft. De
overblijvende bonenkaarten legt hij vervolgens open op de
aflegstapel.
Opmerking: Een bonenveld waarop slechts één
bonenkaart ligt mag niet verkocht worden. Eerst moet een ander
bonenveld verkocht worden. Dit mag natuurlijk wel indien elk
bonenveld slechts één bonenkaart bevat. In zo'n
geval brengt de verkoop van zo'n veld helemaal niets op.
voorbeeld: Voor drie 'Brechbohnen' ontvang je
één geldstuk. De speler draait nu één
zo'n bonenkaart om en legt beide andere open op de aflegstapel.
Zijn geldstuk legt hij apart voor zich.
aktie 2 : handelen of weggeven
- De speler neemt de twee bovenste kaarten van de stapel en legt
ze open voor zich neer.
- Nu moet deze speler beslissen of hij deze kaarten al dan niet
behoudt. Indien hij ze behoudt, moet hij ze wel (in de volgende
aktie) op zijn bonenvelden plaatsen (hij kan ze in geen geval
toevoegen aan zijn handkaarten). Hij mag echter ook proberen om
deze kaarten (één of beide) te ruilen met een andere
speler. De speler aan beurt mag hierbij eventueel ook
één of meerdere van zijn handkaarten proberen te
verhandelen. Dit moet echter wel steeds gepaard gaan met de ruil
van één of beide openliggende kaarten.
Opmerkingen:
- De medespelers mogen in deze fase enkel kaarten verhandelen
met de speler aan beurt. Onderlinge ruilakties zijn niet
toegestaan.
- De medespelers kunnen enkel kaarten uit hun handvoorraad
betrekken in de ruil.
- Een ruil moet niet steeds evenwichtig zijn. Iemand mag zonder
problemen meerdere van zijn kaarten ruilen tegen slechts
één andere kaart (of omgekeerd).
- Als gevolg van dit handelen zal de volgorde van de handkaarten
wellicht gewijzigd worden. Er kunnen namelijk kaarten weggenomen
worden (echter nooit toegevoegd worden!). De overblijvende
handkaarten moeten wel in de oorspronkelijke volgorde blijven
zitten. Kaarten mogen pas uit de handvoorraad weggenomen worden
indien het effectief tot een ruil komt. (Eerst wegnemen en dan
terugsteken kan tot een verandering in de volgorde leiden...)
- De kaarten die men bekomt door dit handelen worden apart voor
elke speler gelegd. Dit om te vermijden dat ze nogmaals bij een
ruil betrokken zouden worden.
- Indien niemand nog wil of kan handelen wordt deze aktie
beëindigd.
- Gedurende deze aktie mag elke speler ook zomaar kaarten
weggeven. (De speler aan beurt moet er echter steeds bij betrokken
zijn.) Voor de speler aan beurt mogen dit zowel handkaarten als
één of beide openliggende kaarten zijn, voor de
andere medespelers alleen handkaarten.
- 'Geschenkkaarten' moeten nooit verplicht aangenomen worden!
(Deze zouden immers in de volgende fase toegevoegd moeten worden
aan de bonenvelden.)
aktie 3 : verhandelde of gekregen bonenkaarten
aanleggen
Elke speler moet nu de bonenkaarten die hij tijdens de
vorige fase verkreeg op zijn bonenvelden leggen. Indien nodig moet
hij hiervoor eerst een (of meerdere) bonenveld(en) verkopen.
aktie 4 : bijnemen van nieuwe bonenkaarten
- De speler aan beurt neemt stuk per stuk drie kaarten van de
reservestapel. Hij voegt deze aan zijn handvoorraad toe. Let wel:
deze kaarten worden achteraan toegevoegd en wel zodanig dat de
laatst genomen kaart ook achteraan zit.
- Hierna is de volgende speler aan beurt. Er wordt in wijzerzin
gespeeld.
VERDERE AKTIES PER SPELER:
Elke speler mag op gelijk welk moment (ook al is iemand anders aan
beurt) volgende akties uitvoeren:
- Bonenkaarten op een bonenveld verkopen.
- Een 'derde bonenveld' opstarten door de koop van een 'derde
bonenveld'-kaart.
- Afspraken maken die hij evenwel niet altijd zal of kan
nakomen.
SPELEINDE EN WINNAAR:
- Indien de verdekte kaartstapel is opgebruikt, wordt de
aflegstapel goed geschud en opnieuw gebruikt. Dit wordt slechts
twee maal gedaan. Nadat de afneemstapel voor de derde keer is
opgebruikt, eindigt het spel onmiddellijk.
- Elke speler kan na het speleinde alleen nog bonenvelden
verkopen. Zijn handkaarten tellen niet meer mee.
- De speler die uiteindelijk de meeste geldstukken kon
verzamelen, heeft het spel gewonnen.
VARIANTEN:
- Beginnende spelers starten onmiddellijk met drie
bonenvelden.
- Indien vijf spelers deelnemen, zakt de kostprijs van een
'derde bonenveld'-kaart tot twee geldstukken.
- Nadat de afneemstapel voor de derde keer is opgebruikt, mag
elke speler nog één of twee handkaarten uitspelen en
op zijn bonenvelden leggen. Handel drijven is echter niet meer
mogelijk. Deze variant zorgt ervoor dat het spel een minder abrupt
einde kent. Iedereen heeft hier nog een zogenaamde nabeurt.

Date Last Modified: 06-03-1998
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams
Spellenarchief