Auteurs: Uwe Rosenberg en Hagen Dorgathen
Uitgegeven door Kosmos 2000
Een geraffineerd machtspel voor 2 spelers vanaf 12 jaar.
Laat verschillende volkeren reizen, zich op een goede plaats
vestigen, tempels bouwen voor jou eer en glorie en verplicht ze op
het gepaste ogenblik tot een volksverhuis. Hou rekening met hun
bekwaamheden want ze zijn bedreven in het afbreken van tempels, het
roven van bouwmateriaal, het verjagen of het aantrekken van andere
volkeren.
Dit alles met behulp van kaarten, een speelbord en 2
speelfiguren.
![]()
Spelidee.
Aan de oevers van de beide rivieren Eufraat en Tigris
ontstaan metropolen vol pracht en praal.
Het bouwen van tempels is een teken van rijkdom en welstand. Beide
machtige tegenstanders proberen op vijf locaties de hoogste tempel te
bouwen. Om dit te bereiken maakt men gebruik van de hulp van de
omliggende volkeren en van hun verschillende bekwaamheden. Hij die,
door handigheid en durf, de hoogste tempels bouwt, wint.
Doel van het spel.
Wie de hoogste en daarmee de waardevolste tempels opricht
zal het spel winnen.
Spelmateriaal.
Voorbereiding van het spel.
Fig. . Pag. 3
De speelkaarten.
De beide soorten speelkaarten hebben de volgende
betekenis
1. De volkerenkaarten.
2. De tempelkaarten.
Verloop van het spel.
Iedere beurt van een speler bestaat uit 3 fasen
1. volkerenkaarten nemen
2. acties uitvoeren
3. tempelkaarten nemen en uitspelen
Daar de eerste en de derde fase snel zijn afgehandeld is de tweede
fase de kern van het spel.
Hier heeft de speler de keuze uit verschillende mogelijkheden die hij
in een willekeurige volgorde en frequentie mag uitvoeren, zolang zijn
voorraad handkaarten dit toelaat.
1. Volkerenkaarten nemen.
In het begin van zijn beurt neemt de speler drie volkerenkaarten
van de verdekte stapel en neemt ze bij zijn handkaarten. Dit geldt
eveneens voor de eerste ronde waarin iedereen reeds vijf kaarten in
de hand heeft.
Indien de stapel is opgebruikt dan wordt de openliggende aflegstapel
geschud en als een nieuwe verdekte stapel gebruikt.
2. acties uitvoeren.
De speler heeft de keuze uit vijf verschillende acties die hij in
een willekeurige volgorde en frequentie ( uitgenomen de
volksverhuizing ) kan uitvoeren wanneer hij aan de voorwaarden
voldoet.
2.1 reizen
2.2 zich vestigen
2.3 bouwen van een tempel
2.4 volksverhuis
2.5 volksbekwaamheid
2.1 reizen
De speler legt een volkerenkaart op de aflegstapel en
plaatst zijn speelfiguur op de locatie van dit volk. De eerste maal
wordt de figuur van de steengroeve naar een locatie gebracht. Van dan
af blijft de figuur op het speelbord staan en wordt deze telkens naar
de gewenste locatie geschoven. De beide figuren mogen op dezelfde
locatie staan maar dan elk op hun eigen veld .
2.2 zich vestigen
De speler legt een volkerenkaart bij een locatie. De
voorwaarde hierbij is dat de eigen speelfiguur zich op deze locatie
bevindt. De volkerenkaart wordt aan de onderste rand van het
speelbord van de betreffende locatie met de bouwplaats gelegd.
In een beurt mag men meerdere volkerenkaarten aan een locatie
aanleggen. Meerdere kaarten worden steeds overlappend afgelegd. Een
gevormde kaartenkolom mag enkel in het kader van een volksverhuis (
zie verder ) of door een volksbekwaamheid ( zie verder ) veranderd
worden.
2.3 bouwen van een tempel
De speler legt een tempelkaart op de bouwplaats van een
locatie. De voorwaarde hierbij is dat de eigen speelfiguur op deze
locatie aanwezig is.
Men hoort wel rekening te houden met de numerieke volgorde. Op een
lege bouwplaats komt een tempelkaart met een bouwniveau "1" ; hierop
komt een kaart met niveau "2" enz. Deze vastgelegde volgorde kan
slechts door een enkele volksbekwaamheid ( zie verder ) verhoogd
worden. In alle andere gevallen dient men zich strikt aan deze regel
te houden.
Anderzijds moeten aan deze locatie minstens evenveel volkerenkaarten
liggen als wat het bouwniveau aangeeft. (Vb. bij het bouwen van het
vierde niveau moeten er vier of meer volkerenkaarten liggen.)
Belangrijk : Na het bouwen van een tempel kunnen volkerenkaarten
terug weggenomen worden ( zie volksverhuis) zonder dat de tempel moet
afgebouwd worden.
De tempelkaarten worden telkens uit de beide kaartenrijen met
tempelkaarten, die tijdens het spel worden opgebouwd op de
bouwopslagplaats, gekozen. Hierbij mag men enkel de laatst
uitgespeelde open tempelkaart kiezen. In het begin van het spel heeft
iedere speler een tempelkaart van niveau "1" gekregen. Deze kaart
moet men in zijn eerste beurt bij het bouwen van een tempel
gebruiken.
nvdr liggen er bijvoorbeeld reeds 4 volkerenkaarten op de
bouwplaats van de locatie waar je je speelfiguur naar toe brengt dan
is het reizen de eerste actie en het bouwen van een tempel tot
maximum het vierde niveau met behulp van vier kaarten slechts de
tweede actie en niet 1 niveau is één actie.
2.4 Volksverhuis ( slechts eenmaal per speelbeurt )
De speler kan, onafhankelijk van de plaats waar zijn
speelfiguur staat, de drie laatst gespeelde volkerenkaarten van een
willekeurige locatie naar een andere locatie brengen. Dit kunnen ook
kaarten van verschillende volkeren zijn. Hierbij worden de drie
kaarten weer overlappend op de nieuwe locatie gelegd bovenop de reeds
aanwezige volkerenkaarten (of ze vormen een nieuwe kolom in het geval
er daar nog geen kaarten lagen.)
Voorwaarde hierbij is dat het hier steeds om precies drie
kaarten gaat die verplaatst worden. De volgorde van deze kaarten
mag niet veranderd worden.
Opgepast : wanneer er aan een locatie slechts een of twee kaarten
liggen mag men deze kaarten niet gebruiken voor een volksverhuis
.
Na een volksverhuis moet het aantal volkerenkaarten niet meer
overeenkomen met het tempelniveau. Het aantal volkerenkaarten mag ook
lager zijn dan het bouwniveau.
Beperking : de volksverhuis mag tijdens een beurt slechts eenmaal
uitgevoerd worden. Alle andere acties mogen wanneer de voorwaarden
vervuld zijn meermaals uitgevoerd worden.
2.5 Volksbekwaamheid
Ieder volk heeft zijn eigen bekwaamheid, die hij enkel
kan gebruiken wanneer er drie of meer gelijke volkerenkaarten zonder
onderbreking opj elkaar liggen. Deze drie op een rij hoeft niet op
het einde van een kolom te zijn. De volksbekwaamheid wordt gebruikt
wanneer een van deze drie kaarten op de aflegstapel van de
volkerenkaarten komt te liggen.
Tip : wie meer dan drie gelijke volkerenkaarten ononderbroken bij
elkaar heeft liggen kan de bekwaamheid van dat volk ook meermaals na
elkaar aanwenden.
Er zijn twee voorwaarden voor het benutten van een volksbekwaamheid :
Ieder volk heeft zijn eigen bekwaamheid:
- 2.5.1 Assyrer : tempelafbraak
- 2.5.2 Hethiter : roof van bouwniveau
- 2.5.3 Meder : volksverhuis
- 2.5.4 Sumerer : overlopen
- 2.5.5 Perser : bouwniveau sprong
- 2.5.6 Allen : halvering handkaarten
2.5.1 tempelafbraak door drie Assyrer
op deze locatie stort de vijandelijke tempel in. De tempelkaarten
worden op de verdekte aflegstapel van de tempelkaarten gelegd. Bij
het afleggen wordt de volgorde in de kolom niet veranderd. Eerst komt
de kaart met de hoogste waarde nadien de kaart met de tweede hoogste
enz.
2.5.2 roof van bouwniveau door drie Hethiter
op de locatie wordt er van de vijandelijke bouwplaats de bovenste
tempelkaart genomen en op de eigen tempelkaart van deze locatie
gelegd. Hierbij moet er aan twee voorwaarden voldaan worden :
Men mag ook roven wanneer men zelf nog geen tempelkaarten aan de betreffende locatie heeft liggen.
2.5.3 volksverhuis door drie Meder
op de locatie verhuist één volledig volk van de
tegenstander. De speler beslist welk volk het zal zijn. De
tegenstander moet alle kaarten van dat volk, om het even op welke
plaats zijn in de kolom liggen, op de aflegstapel leggen.
2.5.4 Overlopen door drie Sumerer
op de locatie ruilen de laatst uitgespeelde volkerenkaarten van
kant. Alle laatst uitgespeelde gelijke volkerenkaarten van de
tegenspeler worden als nieuwe kaarten op de eigen volkerenkaarten
gelegd.
2.5.5 Bouwniveau sprong door drie Perser
op de locatie mag bij een tempelbouw precies één
willekeurig niveau overgeslagen worden er moet echter aan twee
voorwaarden voldaan worden :
2.5.6. halvering van de handkaarten door drie gelijke
volkeren
op de locatie mag de speler een willekeurige " drieling"
activeren om in plaats van de normale bekwaamheid van dat volk te
verlangen dat de tegenspeler zijn aantal handkaarten halveert.
De tegenspeler zoekt de kaarten zelf uit die hij op de aflegstapel
wenst te leggen. Bij een oneven aantal kaarten wordt er in het
voordeel van de speler gehalveerd ( zo worden 5 kaarten tot 3
gereduceerd )
3. Tempelkaarten nemen en uitspelen.
Na het beëindigen van al zijn acties neemt de speler twee
tempelkaarten van de verdekte stapel en legt deze op de
bouwopslagplaats langs zijn speelzijde. Hierbij wordt eerst de kaart
met het hoogste bouwniveau en daarop de tweede kaart neergelegd. De
kaarten worden over elkaar neergelegd zodanig dat men steeds kan zien
welke waarde er ligt. Denk eraan dat bij de actie 2.3 het bouwen van
een tempel het telkens slechts de bovenste kaart is die genomen mag
worden
De speelbeurt is teneinde.
Wanneer men nu vier of meer kaarten in de hand heeft moet men het
aantal handkaarten aan de tegenspeler melden.
Einde van het spel
Men heeft drie verschillende situaties die het spel kunnen
beëindigen.
3 volkerenkaarten nemen
5 soorten acties uitvoeren
2 tempelkaarten nemen en uitleggen
![]()
Date Last Modified: 06-11-2000
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams
Spellenarchief