Aya

Auteur: Mike Reilly
Uitgegeven door Zoch Verlag, 2000
Stel de juiste combinatie samen door het verplaatsen van 1 of 2 knikkers in een rij.

Doel van het spel.

Op de speelkaarten zijn kleurpatronen afgebeeld. Ieder kleurpatroon bestaat uit een combinatie van 5 kogels (verfpunten.) De spelers wedijveren om het kleurpatroon met de kogels in de speelzone ( midden ) van de kogelbaan na te bootsen.

Het kleurpatroon van de speelkaarten kan daarbij zowel van links naar rechts of van rechts naar links bekeken worden, dit omvat ook spiegelbeeld.

De kogelbaan:

De kogelbaan bestaat uit de middenspeelzone en 2 zijkanten. Bij het spelbegin liggen in de speelzone 5 kogels en op de zijkanten links en rechts 2 kogels. Allen in toevallige kleurordening.

In spelverloop mag men nooit of te nimmer in de speelzone kogels veranderen, wel 1 willekeurige kogel wegnemen maar hem altijd op 1 van de 2 zijkanten toevoegen. Vb. 1

De standaardzet.

Als men aan de beurt is neemt men een willekeurige kogel uit de speelzone en voegt hem uiterst links of rechts van de zijkanten terug toe, zodanig dat de kogel die dichtst bij de speelzone ligt, in de speelzone rolt.

Vb. 1 Op deze wijze liggen voor en na iedere speelbeurt 5 kogels in de speelzone.

De uitzonderingszet.

Noemt zo, omdat die slechts in het uitzonderingsgeval gespeeld wordt, die in deze spelregel en de betreffende regels uitdrukkelijk uitgevoerd zijn. Bovendien wordt het uitzonderingsspel steeds dan gespeeld wanneer een speler een mislukte standaardzet ondergaan heeft ( d.w.z. er kan met zijn standaardzet geen kleurpatroonkaart weggespeeld worden )

De uitzonderingszet mag in geen geval in de plaats van de standaardzet gespeeld worden.

En zo werkt de uitzonderingszet:

Uit de speelzone worden de beide buitenste liggende kogels weggenomen en van boven in de beide zijkanten ingevoegd zodat daardoor de meest naar binnen liggende kogel in de speelzone rolt. Vb. 2

Ook na de uitzonderingszet liggen zoals steeds 5 kogels in de speelzone.

De speelkaarten:

Er zijn speelkaarten met lichtblauwe en ook met donkerblauwe achtergrond.

Wanneer men het kleurpatroon op een donkerblauwe kaart moet nabootsen, mag men maar 1 standaardzet doen. Wanneer men het kleurpatroon op een lichtblauwe kaart moet nabootsen mag men 2 standaardzetten doen, d.w.z. men mag na zijn eerste zet nog een tweede zet doen indien je het kleurpatroon bij de eerste zet niet kon nabootsen.

Vb.1 Afb. 3

A. Bij dit voorbeeld kan het kleurpatroon van de 2 de kaart nagebootst worden als men de 4 de kogel rechts buiten de kogelbaan legt.

B. Door de 2 de kogel links buiten te leggen bootst men kleurpatroon nr. 4 na.

Vb. 2 Afb. 4

A. Het kleurpatroon nr. 1 kan in 1 zet nagebootst worden.

B. Het kleurpatroon nr. 5 kan in 2 zetten nagebootst worden.

De spelvarianten:

AYA kan naar verschillende regelvarianten gespeeld worden.

De hierboven beschreven grondregels gelden daarbij weliswaar altijd.

Variant 1 AYA of OYE

Doel van het spel:

Zoveel mogelijk kleurpatronen van de tegenspeler in de spelzone na te bootsen en daarbij uw eigen kleurpatronen beschermen tegen de tegenspeler.

Spelvoorbereiding:

De kaarten worden geschud. Iedere speler krijgt kaarten die hij bedekt op een stapel voor zich neerlegt. Het aantal kaarten verschilt volgens het aantal spelers.

De overige kaarten ( bij 3 tot 6 spelers ) worden als een neutrale stapel naast de kogelbaan gelegd. Spelen er slechts 2spelers dan worden 2 neutrale stapels ( 1 van 9 kaarten en 1 van 10 ) naast de kogelbaan gelegd.

Als alle kaarten verdeeld zijn, worden alle (ook de neutrale ) stapels gelijktijdig blootgelegd en het spel begint dadelijk.

Spelverloop:

Er wordt beurtelings gespeeld. Wie het eerst AYA of OYE roept is aan de zet. Wie denkt een kleurpatroon van de blootliggende kaarten na te kunnen bootsen ( op donkerblauwe achtergrond 1 standaardzet bij lichtblauwe achtergrond 2 zetten ) in de speelzone roept AYA.

De 1 ste speler die AYA geroepen heeft, is aan de beurt. Hij moet zonder twijfelen en verder te denken de zet uitvoeren. Lukt het hem om het kleurpatroon van een of meerdere openliggende kaarten na te bootsen dan worden die kaarten of die kaart uit het spel genomen in zover het een kaart van de tegenspeler is. Is het echter een eigen kaart of 1 uit de neutrale stapel wordt die kaart met het kleurpatroon naar boven onder zijn eigen stapel gestopt.

Het spel gaat onmiddellijk verder met de eerstroepende.

Lukt het de AYA roeper niet om het blootliggende kleurpatroon na te bootsen; wordt zijn blootliggende kaart uit het spel verwijderd. Zijn linker tafelgenoot voert nu een uitzonderingszet uit. Dan gaat het spel verder met de eerstvolgende AYA of OYE roeper.

Wie ervan overtuigd is dat geen enkel kleurpatroon van de blootliggende kaarten kan nagebootst worden, roept OYE.

Nu hebben de tegenspelers de tijd om dit te controleren.

Klopt dit dan moeten alle spelers hun bovenste kaart afgeven. Bij ongelijk moet de OYE roeper zijn kaart afgeven. Daarna voert de linkertafelgenoot van de OYE roeper een uitzonderingszet uit en gaat het spel verder.

Speleinde:

Het spel eindigt zodra minstens 1 speler geen kaarten meer heeft.

De winnaar is degene met de meeste kaarten in bezit.

Variant 2 AYA RUMKUGELN

De kaarten worden goed geschud en gedekt verdeeld aan de medespelers. de overschot van de kaarten gaan uit het spel. Iedere speler legt 5 eigen kaarten ( bij 5 of 6 speler 4 eigen kaarten ) voor zich naast elkaar open en de rest als verdekte stapel ernaast.

Spelverloop:

Er wordt gespeeld in uurwerkrichting beginnend met de speler die eerst AYA roept.

Wie aan zet is, probeert met behulp van de gebruikelijke standaardzetten zijn kleurpatroon van de open &endash; liggende kaarten in willekeurige volgorde na te bootsen. hij blijft aan de beurt zolang hij kan kaarten wegspelen. Ieder kleurpatroon dat hij kan nabootsen, legt hij naast de kogelbaan weg. wanneer hij geen kleurpatroon meer kan nabootsen vult hij zijn openliggende kaarten weer aan tot 5 stuks ( of minder als er geen kaarten meer genoeg in voorraad zijn. ) door middel van kaarten te nemen uit zijn eigen verdoken stapel. Dan is de volgende speler aan de beurt. Wie aan de beurt is moet minstens een zet uitvoeren ook als hij daarbij geen van zijn eigen kleurpatronen kan nabootsen.

Speleinde:

Het spel eindigt als een speler zijn laatste kaart naast de kogelbaan heeft weggelegd. Degene die al zijn kaarten weggespeeld heeft, is gewonnen.

Het spel eindigt voortijdig als een speler erin slaagt zijn gezamenlijke openliggende kaarten in één spelbeurt na te bootsen. De speler die dit lukt wint. Uitzonderlijk kan er in het spelverloop een PATT situatie ontstaan, wanneer men met de openliggende kaarten niets meer kan nabootsen wordt er een uitzonderingszet gedaan. Het spel eindigt na 3 opeenvolgende uitzonderingszetten. De winnaar is degene met de minste kaarten.

VARIANT 3 AYA TURBO

De kaarten worden goed geschud en verdeeld in 5 afgedekte stapels ( 4 x8 en 1 x 7 kaarten ) Van deze 5 stapels worden gelijktijdig de bovenste kaarten omgedraaid en het spel begint.

Spelverloop:

Er wordt niet beurtelings gespeeld maar diegene die eerst AYA of OYE roept, speelt.

Wie overtuigd is een kleurpatroon te kunnen nabootsen met behulp van de standaardzet ( bij lichtblauw 2 zetten ) roept AYA.

De eerste AYA roeper is aan de beurt ( niemand anders. ) Hij moet onmiddellijk spelen zonder nog te twijfelen of na te denken. Lukt het hem om 1 of meerdere kleurpatronen na te bootsen dan legt hij deze kaarten verdekt voor zich neer.

Het spel gaat voortdurend ( met de volgende AYA roeper of uitzonderingszet ) verder.

Lukt het de AYA roeper niet om een kleurpatroon na te bootsen, wordt zijn bovenliggende kaart uit het spel genomen. Vervolgens voert de linker tafelgenoot een uitzonderingszet uit. Dan gaat het spel verder met de volgende roeper. Wie overtuigd is, dat geen enkel kleurpatroon van de openliggende kaarten kan nagebootst worden, roept OYE. De tegenspelers controleren dit. heeft de OYE roeper gelijk dan neemt hij van alle stapels 1 kaart. Heeft hij echter ongelijk dan verliest hij zijn bovenste kaart. Deze kaart wordt uit het spel gehaald. Vervolgens voert de linkertafelgenoot van de OYE roeper een uitzonderingszet uit en gaat het spel verder.

Speleinde:

Het spel eindigt als alle kaartstapels leeg zijn. De winnaar is diegene met de meeste kaarten.

Variant 4 KINDERTUIN AYA

Spelvoorbereiding:

De kaarten worden goed geschud. 5 kaarten worden naast elkaar in de midden opengelegd ( variant: dit kan ook met bv. 8 of 10 kaarten ).

De overige kaarten worden op een verdekte stapel gelegd.

Spelverloop:

Er wordt gespeeld in uurwerkrichting. Wie aan de beurt is, voert eerst een uitzonderingszet uit. Vervolgens probeert hij een of meerdere kleurpatronen na te bootsen. Lukt het hem dan mag hij deze kaart verdekt voor zich neerleggen. Hij blijft aan de beurt tot hij niet verder meer kan. Na zijn beurt worden de openliggende kaarten weer aangevuld tot 5 (door middel van de verdekte stapel ). Dan is de volgende speler aan de beurt.

Speleinde:

Het spel is ten einde als de kaartenstapel op is. De speler met de meeste kaarten is de winnaar.

Variant 5 AYA FUR TUFTLER

Het is mogelijk om AYA alleen te spelen. Daarbij worden 10,20 of alle kaarten opengelegd. Wie deze zonder onderbreking kan nabootsen kan zich de titel van AYA meester geven.

Date Last Modified: 04-05-2002
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief