Auf Teufel komm raus!

Auteur: Niek Neuwahl
Uitgegeven door ASS, 1994
Het duivelse legspel voor grote en kleine duivels. Een taktisch familiespel voor 2 tot 4 spelers vanaf 8 jaar.

Inleiding

De hel borrelt heftig, daar de opperduivel een echt duivels plan uitbroedt.Om zijn opvolger te benoemen, roept hij alle ondergeschikte duivels op voor een grote "om ter langste staart" wedstrijd. Het is duidelijk dat deze uitdaging de eerzucht van elke duivel prikkelt. De beslissende vraag luidt echter: Wie van alle kandidaten draait en kronkelt zich naar de geschikte deur die toegang geeft tot "het dal der duivels"?
Dit betekent, engelengeduld opbrengen en een duivels overzicht bewaren om niet in de andere duivelsstaarten verward te raken.
Wie op het einde de langste duivelsstaart kan aantonen wordt winnaar en mag samen met de opperduivel de hel onveilig maken.
Nick Neuwahl en ASS nodigen u uit op een duivels legspel met veel taktiek, trucs en listige knepen.

Spelmateriaal:

56 duivelskaarten 1 speelbord spelregels

Doel van het spel:

Iedere speler probeert de duivelskaarten op zo'n wijze op het speelbord te leggen dat het lichaam van zijn duivel steeds met een duivelsstaart verbonden is. Wanneer hij erin slaagt om zijn eigen duivelsstaart langer te maken dan die van zijn medespelers heeft hij gewonnen!

Speluitrusting:

Speelbord

Het dal der duivels is in 6 vakken met in het totaal 54 getallenvelden onderverdeeld. De velden zijn van 1 tot 27 genummerd en zijn tweemaal voorhanden. De duivelslichamen en staartuiteinden zijn op de rand van het speelbord met de letters A tot I gemerkt.

Duivelskaarten

Met de 56 duivelskaarten kan men, door verstandig aanleggen, de duivelslichamen met de staartuiteinden verbinden en dat op zo'n wijze dat ze heel lang worden. Er zijn 7 verschillende soorten duivelskaarten: 3 symmetrische en 4 assymmetrische (zie tekening pag.2)

Voorbereiding van het spel.

  1. eerst maakt men alle duivelskaarten los.
  2. de kaarten worden vervolgens geschud en met de tekening naar beneden rond het speelbord verdeeld.
  3. Nu gaat men de duivelslichamen toewijzen aan de spelers:
    • bij 2 spelers
      EÈn speler neemt de duivelslichamen van A tot I voor zich.
      De andere speler neemt de duivelslichamen K tot T
    • bij 3 spelers
      Van A tot F
      Van G tot M
      Van N tot I
    • bij 4 spelers
      Men speelt met 2 groepen en de verdeling is zoals bij 2 spelers.
  4. De jongste speler begint, men speelt verder in wijzerzin.

Het spel.

Hierna volgen de spelregels voor 2 spelers. Op het einde van de spelregels vind je de afzonderlijke spelregels voor 3 en 4 spelers.

De duivelslichamen zullen, enkel door het verstandig aanleggen van duivelskaarten, verbonden worden met staartuiteinden, zodanig dat de duivelsstaart langer is dan die van de medespelers. Hoe langer, hoe meer punten en wie op het einde de meeste punten heeft is de winnaar!

Spelbegin:

De eerste speler wijst een willekeurig, vrij getallenveld aan en zegt luidop het hierop gedrukte getal. Vervolgens draait hij een willekeurige kaart om en legt deze op het aangeduide getallenveld. Hij mag kiezen in welke van de 3 mogelijke richtingen hij de kaart op het speelbord legt. Dit was de eerste zet. Vanaf nu gelden voor alle spelers de volgende aflegregels.

 

Het verdere spelverloop:

Wie aan beurt is mag steeds 2 kaarten leggen. De speler draait de eerste kaart om. Hij moet hem op het 2de veld met het laatst genoemde getal leggen.

Bv.: Heeft de vorige speler zijn laatste kaart op het getallenveld 14 gelegd, dan moet de volgende speler zijn eerste kaart op het 2de veld met het getal 14 leggen.

De 2de kaart mag hij op een willekeurig, vrij veld leggen. Daarbij moet hij eerst het voorziene veld aanwijzen en luidop het getal noemen vooraleer hij de kaart omdraait en aflegt.

Het veld dat door een speler wordt aangewezen, mag niet direct aansluiten aan het duivelslichaam van een medespeler.

Het is natuurlijk aangewezen om de lengte van de eigen duivelsstaart te vergroten, maar het is eveneens interessant om de andere medespeler te beletten een lange duivelsstaart te maken, door bv. voor slechte of korte "lichaam-staart" verbindingen te zorgen.

Einde van het spel.

Van zodra alle speelvelden met kaarten bedekt zijn (er blijven 2 kaarten over) wordt er afgerekend.
De staart van duivel A wordt berekend en men herhaalt dit tot aan duivel I. De behaalde punten worden voor de betreffende speler genoteerd.

De berekening gaat als volgt.
Men begint met het lichaam en volgt met de vinger de staart vanaf het lichaam tot aan het uiteinde. Hierbij wordt elke kaart, die men overschrijdt, met 1 punt bedacht. Wordt een zelfde kaart wegens de staartkronkels meerdere malen overlopen dan wordt telkens 1 punt toegekend. (zie vb.)
Duivels waarvan 2 koppen, respectievelijk 2 staarten aan elkaar verbonden zijn, bekomen geen punten.
Iedere speler telt zijn punten op. De speler met de hoogste som wint.

Afzonderlijke spelregels bij 3 spelers.

De getallen op de velden hebben geen enkele betekenis. De belangrijkste rol spelen de 6 vakken met elk 9 velden.

Het spelverloop gaat als volgt:
Iedere speler mag slechts 1 kaart afleggen. Wie aan beurt is, toont een veld, draait een kaart om en legt hem daarop neer. De volgende speler moet nu zijn kaart op een ander veld leggen.
Van zodra een speler zijn kaart niet meer in een ander vak kan leggen, doordat alle velden reeds bezet zijn ofwel doordat de aflegregels niet meer kunnen gevolgd worden, dan mag de kaart uitzonderlijk op hetzelfde veld geplaatst worden. Is dit eveneens niet mogelijk wegens de aflegregels dan moet de speler tot het speleinde wachten.

Alle andere regels voor het spelen met 2 personen blijven onveranderd.

Afzonderlijke spelregels voor 4 personen.

De tegenoverzittende spelers, verdelen zich in 2 groepen.
Elk team probeert om gezamenlijk het meeste punten te behalen. Ook hier wordt om beurt in wijzerzin gespeeld wat betekent dat ieder lid van het team afwisselend aan beurt is.

De spelregels voor 2 personen blijven verder onveranderd.


Date Last Modified: 06-03-1998
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams Spellenarchief