Alles Futsch!
Auteur: Hermann Huth
Uitgegeven door FX Schmid, 1998
Een veilingsspel voor 2 tot 5 spelers vanaf 12 jaar dat ongeveer 45
minuten duurt.

De spelers kruipen in de huid van - tenminste bij aanvang - goed
genestelde moderne mensen, die hun volledige vermogen in - overwegend
peperdure - designevoorwerpen steken.
Op verschillende veilingen slaan ze toe. Of het om schilderijen van
Andy Warwol-Nix of om meubels van de franse top designer Philippe
Schwach gaat, ze moeten het eenvoudig weg hebben.
Af en toe moeten ze ook eens zo'n voorwerp van begeerte van een lieve
medespeler, voor enorm veel geld, afkopen.
Tot aan een zekere hoeveelheid wordt de eigen verzameling steeds
waardevoller. Plots duiken er echter veel gelijke "unieke stukken"
op. De exclusiviteit is weg, de waarde duikt naar beneden...en het
volledige kapitaal is verdwenen.
Wie op het ogenblik dat een speler bankroet gaat nog het meeste
geld bezit is de winnaar.
Speelmateriaal.
5 speelborden, 35 voorwerpkaarten, 20 markeerstenen, 100
bankbiljetten, 1 kaartenhouder.
Voorbereiding
- Iedere speler krijgt :
- 1 speelbord, die men open voor zich neer legt
- 4 markeerstenen, die men links daarnaast plaatst
- geld ter waarde van 200.000 Mark
(3 x 50.000, 2 x 20.000, 1 x 5.000 en 5 x 1.000)
- Het overige geld wordt volgens waarde gesorteerd en als bank
in het midden van de speeltafel klaargelegd.
- De kaartenhouder wordt eveneens in het midden van de
speeltafel geplaatst.
- De voorwerpkaarten worden goed geschud en met de rugzijde naar
boven in een vakje van de kaartenhouder gelegd.
- De bovenste 5 kaarten worden open naast elkaar naast de
kaarthouder gelegd.
Bij minder dan 5 spelers worden de overblijvende markeerstenen
en speelborden in de doos gelegd.
Verloop van het spel.
- De jongste speler begint. Hij kiest één van de 5
openliggende voorwerpkaarten uit (door hem zichtbaar uit de rij
van de 5 kaarten te schuiven) en geeft daarmee de kaart vrij voor
de veiling.
- Men biedt om beurt, beginnend met de speler die de kaart heeft
gekozen, in een willekeurig aantal ronden. Een bod moet steeds met
1.000 Mark of een veelvoud daarvan hoger zijn dan het bod van de
voorganger. In plaats daarvan kan een speler ook passen, hij kan
dan echter in deze veilingsbeurt niet opnieuw bieden.
- De speler met het hoogste bod betaalt het betreffende bedrag
aan de bank (men kan wel geld wisselen) en bekomt het
voorwerpkaartje.
- Enkel de koper heeft nu 3 mogelijkheden om elk van de drie
voorwerpen op de kaart - het ene voorwerp na het andere - te
gebruiken.
De volgorde waarin hij de voorwerpen afhandelt is volledig
vrij.
1. Hij verzamelt een kunstvoorwerp en heeft daarvan pas 0 -
2 exemplaren in zijn verzameling :
In dit geval MOET hij het voorwerp in zijn eigen verzameling
onderbrengen. Dit betekent dat hij een markeersteen op het eerste
veld van deze rij plaatst respectievelijk hem een veld verplaatst
naar rechts. Bekomt hij hierdoor de optimale hoeveelheid van 3
voorwerpen dan krijgt hij een bonus van 30.000 Mark van de
bank.
2. Hij verzamelt een kunstvoorwerp waarvan hij reeds 3 of
meer exemplaren in zijn verzameling heeft. Dit betekent dat hij
het voorwerp aan een willekeurige medespeler verkoopt, die deze
kaart verzamelt en er pas 0 - 4 exemplaren van bezit, deze kan
niet afzien van de verkoop en betaalt aan de verkoper 20.000 Mark.
De koper verplaatst zijn markeersteen een veld verder. Komt hij
hierdoor op het derde veld van een rij dan ontvangt hij dadelijk
de bonus van 30.000 Mark van de bank.
Opmerking : Het vierde en vijfde kunstvoorwerp wordt steeds door
een speler van een medespeler gekocht. Men bekomt deze stukken dus
niet door een eigen voorwerpkaart.
Daar de waarde van een verzameling na het derde exemplaar van deze
soort afneemt, moet de koper naast de fikse koopsom van 20.000
Mark nog eens 10.000 Mark aan de bank betalen.
Een speler kan nooit meer dan 5 voorwerpen van één
soort verzamelen.
3. Hij verzamelt een bepaalde soort niet (herkenbaar aan de
identieke kleur links onder op zijn speelbord), ook zo'n
voorwerpen worden, zoals onder punt 2 beschreven, verkocht aan een
medespeler.
Vb. : Speler A heeft de voorwerpkaart "schilderij - sculpturen
- sculpturen" gekocht op een veiling. Tot nu toe heeft hij reeds 2
sculpturen verzameld. Hij verplaatst de markersteen een veld
verder, bezet hierdoor het derde veld van de rij en krijgt
dadelijk 30.000 Mark van de bank. De tweede sculptuur op de kaart
verkoopt hij aan een medespeler B voor 20.000 Mark. Speler B heeft
hierdoor eveneens 3 sculpturen en krijgt daarom ook de 30.000 Mark
van de bank. Het schilderij verkoopt speler A aan een Speler C.
Hierdoor bezit hij 5 schilderijen en naast de 20.000 Mark aan
speler A moet hij ook nog eens 10.000 Mark aan de bank
betalen.
- De voorwerpkaarten worden, nadat de drie voorwerpen werden
geplaatst, open in het andere vakje van de kaartenhouder
gelegd.
Van de omgekeerde stapel wordt een nieuwe kaart open bij de
overige vier gelegd.
De speler die de laatste kaart gekocht heeft, kiest een nieuwe
kaart voor de volgende veiling. enz...
- "Dode" voorwerpen vervallen. Het kan gebeuren vooral op het
einde van het spel en bij het spelen met twee, dat bepaalde
voorwerpen op een kaart niet meer te gebruiken zijn. Ze worden
kosteloos gedumpt.
- Men mag niet hoger bieden dan wat men aan geld heeft. Bij het
bieden mag men geen rekening houden met de te verwachten bonus
noch met de 20.000 Mark die men van een medespeler zal krijgen.
Eerst betalen dan pas innen is de regel
Overigens wordt het aanbevolen om het eigen kapitaal gedurende het
spel geheim te houden.
- Het spel eindigt op het ogenblik dat een speler bankroet is en
dus geen bankbiljetten over heeft.
Men betaalt eerst zijn medespeler uit, dan de bank en dan pas
krijgt men zijn mogelijke bonus.
Vb. : Speler A verkoopt aan speler B (die nog 46.000 Mark
heeft) een schilderij. Daar dit het vierde schilderij is voor B
betaalt hij naast de 20.000 Mark aan A nog eens 10.000 Mark aan de
bank. Nu verkoopt A hem nog een sculptuur. B betaalt aan A het hem
overblijvende geld (16.000 Mark) en is daarmee bankroet. Het spel
eindigt onmiddellijk. Het brengt B niets op dat het zijn derde
sculptuur is waarmee hij een bonus van 30.000 Mark zou verdienen.
Had A echter de voorwerpen aan B in omgekeerde volgorde verkocht
dan zou het spel nog verder zijn gegaan.
- Winnaar is hij die nog het meeste geld bezit. Bij gelijkheid
wint hij die de meeste voorwerpen in zijn verzameling heeft.
Tactische tips
- Een zekere terughoudendheid bij het bieden staat niet mis maar
is niet steeds zinvol. Bij elke voorwerpkaart moet men nagaan wat
ze voor jezelf waard is en wat het voor de tegenspelers
opbrengt.
Het advies is om zelf een kaart niet te duur aan te schaffen noch
de kaart aan de anderen te laten voor een speldenprik.
- Het hoogste bod voor een kaart draait rond de 60.000 Mark. Het
belet je niet om iets meer te bieden.
- Let erop om niet te vroeg in het spel de drempel van drie
exemplaren van een voorwerp te overschrijden daar ze nadien erg
duur worden...
- Het loont wel de moeite om te weten over welke geldreserve de
medespelers beschikken. Dus steeds goed meerekenen.
- In een ver gevorderd stadium van het spel zal men goed
overleggen wanneer men welk voorwerp verkoopt daar dit het
speleinde kan betekenen wat je misschien nog niet wenst.
Date
Last Modified: 09-01-1999
© Deze pagina is onderdeel van de vz. Vlaams
Spellenarchief