Auteur: L. Ferrini & L. Dolfi
Uitgegeven door Amigo 2002
Iedere speler krijgt drie voorwerpen op zijn zwakste arm. Om het spel
te winnen moet hij die in de loop van het spel op tafel leggen of
afgeven aan een medespeler. Heeft men pech dan komen er voorwerpen
bij. Een kaartspel (+ eigen huisgerief) voor 2 - 6 spelers vanaf 6
jaar dat ongeveer een 20 minuten duurt.
![]()
Inhoud :
Spelidee.
Iedere speler krijgt bij aanvang van het spel drie
voorwerpen die hij op de arm legt en moet vasthouden. In de loop van
het spel kan men bij pech bijkomende voorwerpen krijgen :
turnpantoffel, borstel, pluchen beestje, kleerhanger ...
Wie als eerste al zijn voorwerpen op tafel kan afleggen of aan zijn
medespelers kan doorgeven is de winnaar.
Het vasthouden van de voorwerpen.
Om de voorwerpen vast te houden mag de speler enkel zijn
zwakste arm gebruiken. Rechtshandigen moeten de voorwerpen links
vasthouden, linkshandigen rechts. Daarenboven mag men voor het
vasthouden alle mogelijke lichaamsdelen gebruiken (mocht dit
helpen!?) Dus de zwakste arm of schouder of wang of kin maar nooit de
sterkste arm! De sterkste arm mag men enkel gebruiken om te dobbelen
of om kaarten te nemen of om voorwerpen te nemen respectievelijk af
te leggen op tafel. Het spreekt vanzelf dat men meerdere voorwerpen
op elkaar mag stapelen.
Wie in de loop van het spel een of meerdere voorwerpen laat vallen
moet deze voorwerpen terug nemen en als straf een bijkomend voorwerp
van tafel nemen. Dit voorwerp mag de speler zelf kiezen. Indien de
speler opnieuw iets laat vallen dan moet hij opnieuw een bijkomend
voorwerp van tafel nemen. Zo kan het gebeuren dat een speler in een
en dezelfde beurt tot maximum 4 voorwerpen moet bijnemen, echter niet
meer.
De voorwerpen worden in de loop van het spel steeds van tafel
genomen. Moet een speler een voorwerp aan een andere speler geven dan
legt hij dit eerst op tafel. De medespeler moet dan het voorwerp van
tafel nemen.
Voorbereiding van het spel.
Alle spelers staan rond de tafel, stoelen heeft men niet
nodig. Er zijn vijfmaal zoveel voorwerpen nodig als er spelers
deelnemen. Bij drie spelers heeft men dus 15 voorwerpen nodig, bij
vier spelers 20 voorwerpen enz.
Alle spelers bekijken de 43 voorwerpkaarten en zoeken deze kaarten
uit waar de afgebeelde voorwerpen zich in huis bevinden en waarmee
mag gespeeld worden. Zijn er thuis niet voldoende voorwerpen
voorhanden dan kunnen de spelers op de blancokaarten ook voorwerpen
tekenen die wel ter beschikking staan.
Men verzamelt de voorwerpen die men nodig heeft en legt deze op de
rand van de tafel. De betreffende kaarten worden geschud en als een
verdekte stapel in het midden van de tafel gelegd. Alle overige
voorwerpkaarten en blancokaarten heeft men niet nodig en komen in de
doos te liggen.
De 15 "speelveld"-kaarten worden geschud en zichtbaar in een cirkel
of ovaal op tafel gelegd. De volgorde van de kaarten is niet
bepaald.
Iedere speler krijgt een pion en plaatst deze op de startkaart met de
vlag. Ben je met minder dan zes spelers dan komen de overige pionnen
niet in het spel en worden ze in de doos gelegd. De dobbelsteen komt
in het midden te liggen.
Iedere speler neemt drie kaarten van de verdekte stapel beginnend met
de oudste speler en zo in wijzerzin verder.
Iedere speler neemt de overeenkomstige voorwerpen die op de kaarten
staan afgebeeld van de tafelrand en legt deze zoals reeds beschreven
op zijn zwakste arm. Vervolgens leggen alle spelers hun kaarten terug
op de stapel. De oudste speler schudt de stapel, legt daarom zijn
voorwerpen even opzij, en legt de kaarten terug verdekt in het midden
van de tafel.
Verloop van het spel.
De jongste speler begint. Vervolgens speelt men in
wijzerzin verder. Wie aan beurt is moet drie acties na elkaar
doorvoeren.
1. actie
De speler aan beurt dobbelt en verplaatst zijn pion het aantal
geworpen ogen in wijzerzin vooruit. Gooit hij een vier dan verplaatst
hij zijn pion vier kaarten in wijzerzin verder, bij een vijf
verplaatst hij zich vijf kaarten verder.
2. actie
Komt de pion op een kaart terecht waar er zich reeds een of
meerdere andere pionnen staan dan geeft hij willekeurig een van zijn
voorwerpen, die op zijn zwakke arm liggen, aan een van deze spelers.
De speler aan beurt geeft met klare en duidelijke stem aan welk van
zijn voorwerpen hij wil geven aan wie. Het genoemde voorwerp legt hij
op tafel vanwaar de betreffende medespeler het onmiddellijk moet
nemen.
Opmerking : komt de speler aan beurt op een kaart waar zich geen
enkele medespeler bevindt, dan vervalt deze actie.
3. actie
De speler voert datgene uit wat de kaart, waarop hij komt te
staan, aangeeft.
Komt de speler aan beurt op de blauwe stop-kaart dan moet hij de volgende beurt overslaan.
Komt de speler aan beurt op een groene dobbelsteen-kaart dan moet hij nogmaals dobbelen en nogmaals de drie acties na elkaar doorvoeren.
Komt de speler aan beurt op de grijze start-kaart dan kiest hij een willekeurige medespeler uit met wie hij één van zijn voorwerpen moet ruilen. Beiden geven aan welk voorwerp ze op tafel willen leggen. Nadat dit effectief gebeurd is moet de andere speler het voorwerp nemen.
Komt de speler aan beurt op een geel geschenk-kaart dan moet hij een van zijn voorwerpen aan zijn linker buur geven. Welk voorwerp hij wil geven mag hij zelf kiezen. Hij geeft aan welk voorwerp het wordt en legt het op tafel waar de medespeler het onmiddellijk neemt.
Komt de speler aan beurt op de rode stapel-kaart dan moet hij een kaart van de verdekte stapel nemen. Hij bekijkt het afgebeelde voorwerp :
Als een speler de laatste kaart van de verdekte stapel neemt dan moet hij alle kaarten, die er open naast liggen, schudden ( enkel met zijn sterkste hand!) en als een nieuwe verdekte stapel klaarleggen. Laat hij hierbij iets vallen dan moet hij een bijkomend voorwerp nemen.
Einde van het spel.
Wie als eerste alle voorwerpen kan afleggen
respectievelijk aan zijn medespelers kan afgeven is de winnaar.
Vervolgens helpen alle spelers met uitzondering van de winnaar de
voorwerpen op hun oorspronkelijke plaats terug te leggen.
Tip : Men kan "Alles im Griff" ook met 7 of 8 spelen. Men heeft dan enkel één of twee pionnen extra nodig.
![]()
Date Last Modified: 02-02-2003
© Deze pagina is onderdeel van de vzw Vlaams
Spellenarchief